RvdW 2020/767:Jeugdzaak. Invulling van verplichting tot geregeld schoolbezoek, art. 4c Leerplichtwet 1969 (Lpw). Heeft verdachte aan haar verplichting tot geregeld schoolbezoek voldaan? HR: v.zv. het middel berust op de opvatting dat voor een geslaagd beroep op de vrijstelling van geregeld schoolbezoek a.b.i. art. 11 ahf en onder d Lpw, de enkele kennisgeving a.b.i. art. 12 Lpw in alle gevallen zonder meer toereikend is, faalt het omdat deze opvatting geen steun vindt in het recht. V.zv. het middel klaagt over oordeel hof dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte in de tlgd. periode geoorloofd afwezig is geweest van school, faalt het eveneens. Dat oordeel en daarop gebaseerde oordeel dat verdachte, zoals is bewezenverklaard, ‘niet heeft voldaan aan de verplichting het volledige onderwijsprogramma en het volledige programma van de combinatie leren en werken te volgen, dat door die school of instelling wordt aangeboden’, is gelet op bewijsvoering toereikend gemotiveerd.