Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.1.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.1.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607815:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Loonbelasting / Artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Loonbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2007/08, 31 206, nr. 15, p. 10.
Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 9 juni 2008, nr. DB08-340, V-N 2008/28.13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een directeur-grootaandeelhouder (dga) is de directeur van een BV of NV waarvan hij een groot gedeelte van de aandelen bezit. Hierbij vervult de dga een dubbele rol. Enerzijds oefent hij als grootaandeelhouder een overwegende invloed uit op het beleid van de vennootschap. Anderzijds is hij veelal als ‘werknemer’ in dienst bij zijn vennootschap. Indien de dga arbeid verricht voor de vennootschap, wordt daarvoor normaliter loon betaald. Er is dan sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in art. 2 Wet LB 1964. Indien de dga geen loon ontvangt, is er geen dienstbetrekking, omdat hiervoor een essentieel element ontbreekt. Om te voorkomen dat de dga hierdoor niet zou zijn onderworpen aan de loonbelasting, wordt zijn arbeidsverhouding op basis van art. 4 onderdeel d Wet LB 1964 en art. 2h Uitv.besl. LB 2001 beschouwd als een fictieve dienstbetrekking. Bovendien wordt de dga op grond van art. 12a Wet LB 1964 steeds voor een gebruikelijk loon belast, ook indien dit feitelijk niet is genoten. In dit verband heeft het dga-begrip een antiontgaansfunctie.
Een onderdeel van het Belastingplan 2007 had oorspronkelijk tot doel om de inhoudingsplicht van een vennootschap waarin alleen een dga werkzaam is, en geen ander personeel, vanaf 1 januari 2008 te beëindigen. Deze maatregel is opgenomen in art. 1. Voor een overzichtelijke beschrijving van deze problematiek wordt verwezen naar Kavelaars, De Graaf en Stevens (2007). 6 lid 6 Wet LB 1964. Omdat de maatregel nog tot veel onduidelijkheid leidde, was de inwerkingtreding ervan al uitgesteld tot 1 januari 2009.1 Nadien is echter besloten om met ingang van 1 januari 2010 een ‘opt-out’-regeling te introduceren, waarbij kan worden geopteerd om uit de loonbelasting te gaan.2
In art. 6 lid 6 Wet LB 1964 is overigens een afzonderlijke definitie van het dga-begrip opgenomen, dat in paragraaf 9.3.2 wordt beschreven. Voorts zijn in art. 19a lid 2 Wet LB 1964 en art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 aparte begrippen ‘dga’ gehanteerd. Hierop wordt in paragraaf 9.3.5 en 9.3.8 ingegaan.