Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.8.3.1:9.8.3.1 Inleiding
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.8.3.1
9.8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648818:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Meer verschillen tussen deze twee rechtsfiguren zouden kunnen worden gevonden wanneer wordt gekeken naar de verschillen in de rechtsgevolgen van borgtocht en hoofdelijkheid, bijvoorbeeld de wijze waarop regres is geregeld of de wijze waarop schuldenaren verweermiddelen jegens de schuldeiser konden inroepen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om te kunnen beoordelen of de wetgever een logische keuze heeft gemaakt door in de groepsvrijstellingsregeling hoofdelijkheid op te nemen in plaats van borgtocht, zal moeten worden gekeken naar de verschillende karaktereigenschappen van deze twee rechtsfiguren onder het recht dat rechtens was op het moment waarop de wetgever de keus voor hoofdelijkheid heeft gemaakt. De groepsvrijstellingsregeling die hoofdelijke aansprakelijkheid vereiste, werd in de jaren 70 met de komst van artikel 38a WJO ingevoerd. Op dat moment was het OBW van kracht. In de navolgende paragrafen zullen de rechtsfiguren borgtocht en hoofdelijkheid – zoals beschouwd onder het OBW – met elkaar worden vergeleken. In zal worden gegaan op de meest fundamentele karaktereigenschappen van hoofdelijkheid en borgtocht.1