Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.4
9.4 Het Stabiliteitsverdrag
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450519:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Trb. 2012, 51. Zie hierover onder meer: Craig 2012; Borger & Cuyvers 2012; Peers 2012; Reestman 2013b.
Zie de verklaring van de eurolanden van 30 januari 2012. Al in december 2011 besloten de lidstaten dat een internationale overeenkomst nodig was voor sommige van de maatregelen die men voor ogen had, omdat niet over alle punten overeenstemming bestond. Zie de verklaring van de staathoofden en regeringsleiders van de eurozone van 9 december 2011, p. 7. Zie hierover ook: Borger & Cuyvers 2012, p. 373-374.
Het verdrag staat op grond van artikel 15 Stabiliteitsverdrag open voor toetreding door andere lidstaten van de EU.
Tsjechië heeft inmiddels aangegeven toe te willen treden tot het Stabiliteitsverdrag. Hiertoe besloot de regering van Tsjechië op 24 maart 2014. Zie: https://euobserver.com/news/123615.
Artikel 14, tweede lid, Stabiliteitsverdrag. Voor de inwerkingtreding van het Stabiliteitsverdrag op 1 januari 2013 gold de voorwaarde dat ten minste twaalf eurolanden het verdrag hadden bekrachtigd. In Nederland was de ratificatie van het Stabiliteitsverdrag op het moment van inwerkingtreding nog gaande, zoals hierna aan de orde zal komen. Artikel 14, derde lid, Stabiliteitsverdrag regelt dat het verdrag na inwerkingtreding van toepassing is voor de eurolanden die het verdrag nog niet hebben bekrachtigd vanaf de eerste dag van de maand volgend op de nederlegging van de akte van bekrachtiging. Titel V over het bestuur van de eurozone is daarbij uitgezonderd. Deze titel is op grond van artikel 14, vierde lid, Stabiliteitsverdrag van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding voor alle lidstaten die het verdrag hebben ondertekend. Voor niet-eurolanden die het verdrag hebben ondertekend, is de rest van het verdrag op grond van artikel 14, vijfde lid, Stabiliteitsverdrag in beginsel pas van toepassing als zij toetreden tot de euro. Die lidstaten kunnen echter op een eerder moment verklaren gedeeltelijk of volledig aan het verdrag gebonden te zijn.
Zie hierover artikel 2 Stabiliteitsverdrag. Zie uitgebreider over de verhouding tussen het Stabiliteitsverdrag en het Unierecht: Borger & Cuyvers 2012, p. 374-390; Reestman 2013b, p. 7-8.
Zie de considerans voorafgaand aan het Stabiliteitsverdrag en artikel 16 Stabiliteitsverdrag.
Borger & Cuyvers 2012, p. 373-374; Reestman 2013b, p. 9-10.
Een van de laatste maatregelen in reactie op de eurocrisis is tot op heden het sluiten van het Stabiliteitsverdrag geweest, dat voluit het Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur in de Economische en Monetaire Unie heet, en ook wel wordt aangeduid als het VSCB.1 Het Stabiliteitsverdrag is een intergouvernementeel verdrag, waarover in januari 2012 overeenstemming werd bereikt.2 Ondertekening door 25 lidstaten volgde op 2 maart 2012.3 Van de 27 lidstaten die de EU toen telde, tekenden alleen het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië het verdrag niet.4 Op 1 januari 2013 trad het Stabiliteitsverdrag in werking.5
Het Stabiliteitsverdrag heeft een ambigu karakter. Enerzijds is het een intergouvernementeel verdrag, anderzijds hangt het nauw samen met het Unierecht.6 Zo verwijst het verdrag meermaals naar het VEU en het VWEU en spelen de EU-instellingen een grote rol bij de tenuitvoerlegging van het verdrag. Ook is in het verdrag de wens opgenomen om de bepalingen van het Stabiliteitsverdrag zo snel mogelijk en maximaal binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding op te nemen in de verdragen waarop de EU is gegrondvest.7 Het bleek echter politiek niet haalbaar om deze regelingen direct via het recht van de EU te bewerkstelligen, waardoor voor een afzonderlijk verdrag is gekozen.8
Het Stabiliteitsverdrag bestaat, naast inleidende en slotbepalingen, uit drie delen: een deel over het begrotingspact (ook wel aangeduid als het Fiscal Compact, titel III van het verdrag), een deel over de coördinatie van economisch beleid (titel IV) en een deel over het bestuur van de eurozone (titel V). In die volgorde zullen deze punten hieronder nader aan bod komen. Hierbij ligt de nadruk op het begrotingspact, dat het hart van het Stabiliteitsverdrag vormt.
9.4.1 Het begrotingspact (Fiscal Compact)9.4.2 De coördinatie van economisch beleid en het bestuur van de eurozone