Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/12.9.2:12.9.2 ‘Verbonden persoon’ van een natuurlijk persoon
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/12.9.2
12.9.2 ‘Verbonden persoon’ van een natuurlijk persoon
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604157:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de facilitaire functie heeft het partnerbegrip een antiontgaansfunctie. In dat kader is de partner onderdeel van de kring van personen die als ‘verbonden persoon’ van de belastingplichtige worden beschouwd. Anders dan bij het facilitaire begrip ‘partner’, is er naar mijn mening voor het partnerbegrip in de term ‘verbonden persoon’ geen ruimte voor een keuzemogelijkheid. Dit past niet bij de antiontgaansfunctie.
Ik zou het begrip ‘verbonden persoon’ voor de relaties tussen natuurlijke personen willen schetsen aan de hand van de volgende contouren:
Er geldt een sociaal-maatschappelijke benadering, waarbij de echtgenoot van de belastingplichtige, de geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’ als ‘verbonden persoon’ worden beschouwd. De tekst van art. 3 AWIR kan hierbij als uitgangspunt worden genomen.
Voor ongehuwde samenwoners geldt in dit verband een weerlegbaar vermoeden van ‘verbondenheid’. Op basis van een tegenbewijsmogelijkheid kan de belastingplichtige aantonen dat de partner niet als ‘verbonden persoon’ kan worden beschouwd, bijvoorbeeld omdat de personen niet samenwonen en voor de toepassing van een pensioenregeling niet als partner zijn aangemeld.
Voorts wordt een minderjarig ‘kind’ van de belastingplichtige of van zijn ‘levensgezel’ tot de kring van verbonden personen gerekend. In situaties waarin de belastingplichtige een in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijke transactie pleegt met een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van hemzelf of van zijn ‘levensgezel’, wordt dit familielid eveneens als ‘verbonden persoon’ aangemerkt.
Indien de belastingplichtige minderjarig is, wordt ook een bloed- of aanverwant in de opgaande lijn, en diens echtgenoot, geregistreerde partner of ‘levensgezel’ als een ‘verbonden persoon’ beschouwd.
In afwijking van art. 1:3 lid 3 BW worden de duurzaam gescheiden levende echtgenoot en de ex-schoonfamilie voor de toepassing van de Wet IB 2001 niet tot de kring van verbonden personen gerekend. Anders dan geldt in het personen- en familierecht, eindigt aanverwantschap dus wel voor de inkomstenbelasting.
Dit verbondenheidsbegrip komt grotendeels overeen met het begrip ‘verbonden persoon’ dat thans al geldt voor de toepassing van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001. Het kan echter ook in andere fiscale regelingen worden gebruikt, bijvoorbeeld in de Wet VPB 1969, de WBR en de SW 1956.