Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.5.2:10.4.5.2 Het registerpandrecht
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.5.2
10.4.5.2 Het registerpandrecht
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS412277:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Struycken 2009, p. 176.
Struycken 2009, p. 176.
Voor zover de vorderingen niet direct door (eventueel contante) betaling tenietgaan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Struycken verdedigde de invoering van het registerpandrecht onder meer omdat een zekerheidsgerechtigde naar huidig recht snel zijn zekerheid verliest ten opzichte van verkrijgers en vuistpandhouders te goeder trouw.1 Het UCC en DCFR stellen namelijk de bescherming van de zekerheidsgerechtigde tegen afbreuk van zijn zekerheidsrecht voorop. De zekerheidsgerechtigde kan zijn registerpandrecht tegenwerpen aan latere vuist-, registerpandhouders en verkrijgers (buiten de vervreemding in het kader van een normale bedrijfsuitoefening).2 In beginsel geldt tussen schuldeisers met ingeschreven zekerheidsrechten de prioriteitsregel.3 Een latere zekerheidsgerechtigde (dus ook een vuistpandhouder) wordt geacht het eerder geregistreerde zekerheidsrecht te kennen en wordt hier niet tegen beschermd.4 Dit staat in contrast tot het stille pandrecht dat tenietgaat indien de latere vuistpandhouder of verkrijger te goeder trouw is.5
Het huidige BW beschermt de zekerheidsgerechtigde weliswaar minder dan een registerpandrecht, maar een zekerheidsgerechtigde kan maatregelen treffen om te voorkomen dat zijn schuldenaar het zekerheidsrecht verzwakt door diens beschikkingshandelingen. Een vervreemding om baat van courante goederen hoeft hem niet te schaden als hij de vorderingen bij voorbaat aan zich laat verpanden. Indien de zekerheidsgerechtigde geen toestemming wil geven om onbezwaard te vervreemden, zal hij de goederen in vuist- of openbaar pand moeten nemen. Hij zal uiteraard een pandrecht bij voorbaat vestigen op de vorderingen die voortvloeien uit de verkoop van verpande courante goederen.6 Verkrijgers worden snel beschermd, omdat zij er van uit mogen gaan dat de zekerheidsgerechtigde het stille pandrecht niet zal uitoefenen. Enigszins anders ligt dit bij goederen die niet-courant zijn, omdat ze bijvoorbeeld waardevol zijn, zoals bedrijfsauto’s of een lange looptijd hebben, zoals een door hypotheek verzekerde vordering. In beginsel mag een verkrijger er niet van uit gaan dat een schuldeiser met een eventueel gevestigd stil pandrecht toestemming heeft gegeven tot onbezwaarde vervreemding. De beoogde verkrijger zal moeten informeren bij de vervreemder. De zekerheidsgerechtigde doet er bij niet-courante goederen verstandig aan om de goede trouw van latere verkrijgers en vuistpandhouders te verhinderen. Los van een openbaar register kan hij zijn onderpand oormerken. Een schuldeiser die bijvoorbeeld auto’s aan zich heeft laten verpanden, kan bedingen dat hij het overschrijvingsbewijs onder zich houdt. Een schuldeiser die bepaalde machines aan zich heeft laten verpanden, kan zijn zekerheidsrecht op de machines laten graveren.