Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.6.1.0:4.6.1.0 Introductie
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.6.1.0
4.6.1.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gemeentelijke accountantsverklaring is thans geregeld in het derde lid van art. 213 Gemeentewet. In dit artikellid wordt voor het eerst expliciet omschreven aan welke criteria het gemeentelijke fmanciële beheer en de gemeentelijke jaarrekening moet voldoen om een goedkeurende accountantsverklaring te rechtvaardigen. De gedachte achter deze explicitering is dat daardoor beter zichtbaar is welke conclusies aan een goedkeurende verklaring kunnen worden verbonden. Hierdoor zou de verwachtingskloof tussen de perceptie van de accountantscontrole en de daadwerkelijke inhoud daarvan kleiner moeten worden. Volgens art. 213 lid 3 kan een accountantsverklaring alleen worden afgegeven, indien:
de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de baten en lasten, alsmede het vermogen;
de baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen;
de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de daarvoor geldende regels (in het bijzonder het BBV);
het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.
Deze wijziging is dus vooral ingegeven door de gedachte de inhoud van de accountantscontrole nauwer aan te laten sluiten bij de perceptie. De controletaak van de accountant is — althans binnen het bestek van de accountantsverklaring behoorlijk uitgebreid. Die uitbreiding zit vooral in onderdeel b. Onderdeel a kan worden gezien als het klassieke getrouwbeeldonderzoek en ook onderdeel c lijkt vooral een explicitering van wat al gebruikelijk was.1 Onderdeel d is van nog recenter datum en sluit aan bij de artt. 24 e.v. BBV.2