Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/11.8.1
11.8.1 Achtergrond
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947868:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
ST-17037/23, art. 12 lid 1.
ST-17037/23, art. 19 lid 1 sub c.
ST-17037/23, art. 12 lid 2. De verplichtingen gelden in aanvulling op bepalingen van de DSA. Art. 26 lid 1 DSA schrijft onlineplatforms voor dat zij gebruikers in staat moeten stellen om vast te stellen dat zij met reclame te maken hebben, namens wie de reclame wordt getoond, wie voor de reclame betaald heeft en wat de belangrijkste parameters zijn om te bepalen aan welke gebruikers zij getoond wordt.
ST-17037/23, art. 16 lid 1.
Zie, voor de manieren waarop politieke partijen gegevens verzamelen, de in par. 11.3.1 geschetste praktijken. Online platforms en data-analysebedrijven kunnen in veel gevallen ook als verwerkingsverantwoordelijk aangemerkt worden, afhankelijk van de mate van controle die zij over de verwerking hebben. Zie McDonagh 2020, p. 116; COM(2018)638, p. 4.
ST-17037/23, art. 19 lid 1 sub c.
Op grond van de voorgestelde Transparantieverordening moet de verspreiding van een politieke advertentie gepaard gaan met de publicatie van een zogeheten transparantieverklaring. Deze transparantieverklaring moet aanvullende informatie gaan bevatten over de advertentie. Het gaat daarbij onder meer om de identiteit van de opdrachtgever, de periode waarin de advertentie wordt getoond en de bedragen die daaraan zijn uitgegeven. Wanneer adverteerders microtargeting hebben toegepast, moet de verklaring ook informatie daaromtrent bevatten. 1De transparantieverklaring vermeldt in dat geval bijvoorbeeld de specifieke doelgroepen van de targeting, de categorieën persoonsgegevens die voor de targeting gebruikt zijn en de herkomst van die gegevens. Daarnaast bevat de verklaring in dat geval informatie over de ‘doeleinden, mechanismen en logica van de targeting, met inbegrip van de parameters op grond waarvan personen al dan niet in de doelgroep worden opgenomen, en de redenen voor de keuze van die parameters’.2 Het oorspronkelijke Commissievoorstel vereiste dat de transparantieverklaring slechts werd getoond aan degene die de bijbehorende advertentie te zien kreeg. Het geamendeerde voorstel, dat zoals gezegd ook de oprichting van een advertentieregister beoogt, schrijft voor dat de transparantieverklaring samen met de advertentie in het register moet worden opgenomen, zodat alle kiezers toegang hebben tot de transparantieverklaring. In het definitieve voorstel is dit ongewijzigd gebleven.
Evenals de plicht tot opname in het advertentieregister, komt ook de plicht tot het publiceren van deze transparantieverklaringen te rusten op de uitgever van de politieke reclame. Deze moet redelijke inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat de op te nemen informatie volledig is en daarvoor, indien nodig, bij de opdrachtgever van de advertentie te rade gaan. Als de informatie niet compleet is, dan mag de uitgever de politieke reclameboodschap niet ter beschikking stellen. 3Doet hij dat toch, dan kan de (door de individuele lidstaten aan te wijzen) toezichthouder op de naleving van de Transparantieverordening de betreffende uitgever bijvoorbeeld waarschuwen of hem een geldboete opleggen. 4Voor wat betreft het afbakeningsprobleem en de problemen die aan de handhaving van deze regels kleven, verwijs ik naar de vorige paragrafen.
Het zijn echter niet alleen de uitgevers van de politieke reclame die verantwoordelijk worden gehouden voor de informatie in de transparantieverklaring. Als microtargeting gebruikt is, dan richt het toezicht zich ook op degenen die verantwoordelijk zijn voor de verwerking van de daarvoor gebruikte persoonsgegevens. Voor de uitleg van het begrip ‘verwerkingsverantwoordelijke’ wordt aansluiting gezocht bij de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De verwerkingsverantwoordelijke is degene die, al dan niet samen met anderen, het doel en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. 5In het geval van microtargeting door politieke partijen zal in veel gevallen (onder meer) de politieke partij als verwerkingsverantwoordelijke aan te merken zijn. 6Van de verwerkingsverantwoordelijke wordt gevraagd om de informatie voor de transparantieverklaring aan te leveren die betrekking heeft op de doeleinden, mechanismen en logica van de targeting. 7Daarnaast moeten zij intern beleid vaststellen omtrent de toepassing van microtargeting en registers bijhouden inzake het gebruik van de techniek (inclusief bijvoorbeeld gebruikte kenmerken en bronnen van persoonsgegevens). Voor het op nationaal niveau uit te oefenen toezicht op de naleving van deze verplichtingen voor de verwerkingsverantwoordelijke komt de Autoriteit Persoonsgegevens in beeld, die ook belast is met het toezicht op de AVG. De toezichthouder komen de bevoegdheden van de AVG toe, die onder andere het verrichten van nader onderzoek, het geven van waarschuwingen en berispingen en het opleggen van geldboetes behelzen.8