Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.4.3.2:5.4.3.2 Niet-gebruik door vernietiging, verlies of diefstal / gevolgen van de wijziging van art. 15 wet per 1 januari 2007
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.4.3.2
5.4.3.2 Niet-gebruik door vernietiging, verlies of diefstal / gevolgen van de wijziging van art. 15 wet per 1 januari 2007
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS297042:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 15, lid 7, wet vindt herziening van de aftrek niet plaats in geval van naar behoren bewezen en aangetoonde vernietiging, verlies of diefstal van goederen. Deze bepaling vindt de wetgever blijkbaar nodig omdat hij (evenals de richtlijngever) ervan uitgaat dat in geval van vernietiging, verlies of diefstal in beginsel herziening plaats dient te vinden; de goederen kunnen immers niet meer gebruikt worden voor belaste prestaties. Toch is het de vraag of deze veronderstelling juist is. Als hij juist zou zijn, zou dat betekenen dat de ondernemer wiens handelsvoorraad en machines in vlammen opgaan de eerder in aftrek gebrachte voorbelasting moet terugbetalen. Hetzelfde geldt voor de ondernemer die het regelmatige slachtoffer is van winkeldiefstal. Art. 15, lid 7, wekt naar mijn mening ten onrechte de indruk dat deze ondernemer in principe de op aanschaf van de gestolen goederen drukkende en eerder in aftrek gebrachte btw moet terugbetalen.
Ik ben van mening dat art. 15, lid 7, (evenals art. 185, lid 2, btw-richtlijn voor zover het betrekking heeft op vernietiging, verlies of diefstal) overbodig is. Bij een goed dat onmiddellijk gebruikt wordt of waarvoor de fictie van onmiddellijk gebruik geldt vindt de aftrek plaats op basis van dat (beoogde) gebruik. Als later het goed wordt vernietigd, verloren of gestolen kan hoogstens nog de herziening van art. 12, lid 3, Uitvoeringsbeschikking OB aan de orde komen. Om op basis daarvan de aftrek te herzien zal echter gebruik vastgesteld moeten worden voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Vernietiging, verlies of diefstal kunnen mijns inziens niet aangemerkt worden als zodanige door de ondernemer verrichte handelingen (zie art. 11, lid 1, Uitvoeringsbeschikking OB), zodat van herziening geen sprake kan zijn. Bij een goed dat niet onmiddellijk gebruikt wordt of waarvoor de fictie van onmiddellijk gebruik niet geldt vindt de aftrek plaats op basis van de bestemming. Bij van de bestemming afwijkend gebruik kan herzien worden op basis van art. 15, lid 4, tweede volzin, wet jo. art. 12, lid 2, Uitvoeringsbeschikking OB. Maar ook hier geldt dat om de aftrek te herzien gebruik vastgesteld moet worden voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Van een dergelijk gebruik is echter geen sprake. Naar mijn mening is art. 15, lid 7, wet niet nodig om tot deze conclusies te kunnen komen.
De kosten die verband houden met vernietiging, verlies of diefstal van een goed (juridische bijstand, vernietigingskosten, enz.) hangen mijns inziens zonder enige twijfel samen met de algehele bedrijfsactiviteit van de ondernemer, die er ook zeker alles aan zal doen om deze kosten te verdisconteren in en bestanddeel te laten zijn van de prijs van zijn producten. Mijns inziens moeten de op vernietiging, verlies en diefstal betrekking hebbende kosten daarom aangemerkt worden als algemene kosten, vergelijkbaar met de categorie 6-kosten, zoals beschreven in onderdeel 4.5.