Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.10.4.2
7.10.4.2 Treble damages en de oorsprong van de Sherman Act 1890
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574053:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Sherman Antitrust Act of 1890, 15 U.S.C. § 1 & § 2(1994).
In 2004 zijn de boetes aanzienlijk verhoogd. Zie sec. 215 (Increased Penalties for Antitrust Violations) van de Antitrust Criminal Penalty Enhancement and Reform Act of 2004, 118 Stat. 668 Public Law 108-237-June 22, 2004.
Zie Baker 2004, p. 379. Statute of Monopolies, 21 Jam. I, c. 3 (1623) (Eng.).
Darcy v. Allein (Case of Monopolies), 11 Co. Rep. 84b, 77 Eng. Rep. 1260, 1261-63 (KB. 1602).
De redenering achter de uitkomst van deze zaak is destijds opgeschreven door Sir Edward Coke. In de tijd dat de uitspraak werd gedaan was het nog niet gebruikelijk dat de rechters hun uitspraken voorzagen van een schriftelijke motivatie.
Bellamy 1999, p. 16.
Bellamy 1999, p. 16.
Statute of Monopolies, 21 Jam. I, c. 3 (1623), Eng.
Act of July 2, 1890, § 7, ch. 647, 26 Stat. 210. Vervangen door de Clayton Act (§ 4, 38 Stat. 731(1914) en uiteindelijk ingetrokken (69 Stat. 283 (1955)). Zie nu 15 U.S.C. (United States Code), § 15.
Zie Jones 1999, p. 229 e.v. De toekenning van wettelijke rente zou in het mededingingsrecht alleen mogelijk zijn in het bijzondere geval dat door de gedaagde excessieve vertraging in de procedure wordt veroorzaakt. Geamendeerd in de Antitrust Procedural Improvements Act van 1980, Pub. L. No. 96-349, 94 Stat. 2716; 15 USC § 15 (a).
Jones 1999, p. 230; Lande 1993, p. 115, 122.
Zie bijvoorbeeld Baker 2004, p. 379.
De Sherman Act heeft historisch gezien een transatlantische oorsprong. Dat geldt voor zowel het kartelverbod zoals neergelegd in § 1 als voor het verbod op monopolies zoals neergelegd in § 2 van de Sherman Act.1 § 1 luidt:
'Every contract, combination in the form of trust or otherwise, or conspiracy, in restraint of trade or commerce among the several States, or with foreign nations, is declared to be illegal. Every person who shall make any contract or engage in any combination or conspiracy hereby declared to be illegal shall be deemed guilty of a felony, and, on conviction thereof, shall be punished by fine not exceeding $100,000,000 if a corporation, or, if any other person, $1,000,000, or by imprisonment not exceeding 10 years, or by both said punishments, in the discretion of the court.'2
§ 2 luidt:
'Every person who shall monopolize, or attempt to monopolize, or combine or conspire with any other person or persons, to monopolize any part of the trade or commerce among the several States, or with foreign nations, shall be deemed guilty of a felony, and, on conviction thereof, shall be punished by fine not exceeding $100,000,000 if a corporation, or, if any other person, $1,000,000, or by imprisonment not exceeding 10 years, or by both said punishments, in the discretion of the court.'
Het Amerikaanse congres heeft destijds bij de vaststelling van de Sherman Act in 1890 het Statute of Monopolies als inspiratiebron gebruikt voor de beantwoording van de vraag op welke wijze de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht in de Verenigde Staten vorm zou kunnen worden gegeven.3 Het Statute of Monopolies was vastgesteld in 1623 en ontstond uit de zaak Darcy v. Allein.4 Darcy v. Allein (ook wel genaamd The Case of Monopolies) was de eerste definitieve uitspraak van een rechterlijke instantie waarin werd geoordeeld dat monopolies inherent schadelijk zijn en daarom in strijd zijn met de common law. De argumenten voor deze uitspraak kunnen worden gezien als basis van het huidige mededingingsrecht.
Edward Darcy (de eiser in deze zaak) was lid van de hofhouding van Koningin Elizabeth. Darcy had van de Koningin een vergunning gekregen om alle speelkaarten die in het Verenigd Koninkrijk werden verhandeld te importeren en te verkopen. De afspraak had te maken met de zorgen die de koningin had over het feit dat kaartspelen een groot probleem dreigde te worden onder haar onderdanen. Deze activiteit zou gereguleerd kunnen worden door één persoon de controle te geven over de handel in speelkaarten. Op het moment dat Allein probeerde zijn eigen speelkaarten te maken en te verkopen daagde Darcy Allein voor de rechter om deze concurrentie te voorkomen. De rechtbank (Kings' Bench Division) oordeelde dat de verlening van een monopolie door de Koningin ongeldig was wegens verschillende redenen.5 Ten eerste belette een dergelijk monopolie bekwame personen handel te drijven en stimuleerde een dergelijk monopolie daardoor inactiviteit en werkloosheid. Ten tweede raakte iedereen gedupeerd die het product wilde gebruiken omdat de monopolist de prijs zou verhogen en tegelijkertijd geen prikkel had de kwaliteit van de verkochte goederen te behouden. Ten derde moest de Koningin volgens de Kings' Bench Division zijn misleid omdat een dergelijk monopolie alleen kon worden gebruikt voor de eigen opbrengst van de monopolist en het toestaan van een dergelijk monopolie niet in het algemeen belang was. Ten vierde zou het een gevaarlijk precedent scheppen om toe te staan dat een bepaalde handel wordt gemonopoliseerd. Zeker gezien het feit dat de persoon die het monopolie was verleend niets wist over het maken van speelkaarten en er geen enkele wet bestond die de creatie van een dergelijk monopolie toestond.
Naast het mededingingsrechtelijke probleem dat speelde in de zaak Darcy lag er ook een belangrijk politiek conflict aan ten grondslag. De strijd om de politieke macht tussen de kroon, parlement en de rechterlijke macht zou veertig jaar later eindigen in een burgeroorlog.6 Wellicht een bewijs van het feit dat het moeilijk is mededingingsrecht te scheiden van de politieke en historische kaders.7
Het uit deze zaak voortvloeiende Statute of Monopolies werd door het Engels parlement vastgesteld in 1623.8 Het Statute of Monopolies verbood monopolies en kende aan de gelaedeerde het recht toe treble damages te eisen en zogenaamde double costs. Hoewel treble damages reeds lang geleden zijn afgeschaft in Engeland (alleen exemplary damages zijn in Engeland nog mogelijk bij bijzonder zware overtredingen), is het recht op treble damages uiteindelijk wel in § 7 van de Sherman Act terecht gekomen.9 Opmerking verdient wel dat in de Verenigde Staten in beginsel geen recht op wettelijke rente bestaat, zodat een deel van de treble damages als vervanging voor de wettelijke rente dienst doet.10 De tijd tussen de overtreding en de definitieve uitspraak kan de treble damages in de Verenigde Staten reduceren tot een bedrag dat vergelijkbaar is met single damages inclusief de wettelijke rente.11Double costs zijn uiteindelijk in de Verenigde Staten niet ingevoerd en vervangen door single costs.12