Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/6.6.3.2:6.6.3.2 Consensualisme versus wettelijke vormvereisten; tussentijdse conclusie
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/6.6.3.2
6.6.3.2 Consensualisme versus wettelijke vormvereisten; tussentijdse conclusie
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS300647:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het hiervoor weergegeven overzicht van de jurisprudentie en de literatuur ter zake van het antwoord op de vraag in hoeverre een onderhandelingspartner/wederpartij gedwongen kan worden aan een bepaalde, voorgeschreven vorm te voldoen, constateer ik het navolgende:
Allereerst gaat het hier telkens over wettelijke vormvoorschriften en niet over door (één van) partijen bedongen vormvoorschriften;
Rechtspraak en literatuur zijn niet eenduidig met betrekking tot het antwoord op de vraag of op basis van een consensuele overeenkomst een verplichting kan worden aangenomen om een bepaalde vorm te vervullen;
De wetgever lijkt, zij het met enige voorzichtigheid, precontractuele aansprakelijkheid mogelijk te achten hoewel aan de wettelijk voorgeschreven vorm nog niet is voldaan;
Waar in de jurisprudentie het "wegdenkcriterium" toepassing vindt, lijkt in elk geval minst genomen sprake te moeten zijn van (consensuele) wilsovereenstemming (met andere woorden: totstandkomingsvertrouwen lijkt onvoldoende);
De ratio van het vormvoorschrift speelt een belangrijke rol; en
Voor zover in de rechtspraak een beroep op nakoming van de consensuele afspraken niet wordt gehonoreerd, is de sanctie in alle gevallen nietigheid terwijl in de literatuur, daar waar het vormvoorschrift beoogt slechts de belangen van één van partijen te beschermen, ook wordt gewezen op de mogelijkheid van vernietigbaarheid.