Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.4:8.5.4 Komende herijking positie getuige
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.4
8.5.4 Komende herijking positie getuige
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2003/04, 29 271, nr. 1.
Kamerstukken II 2003/04, 29 271, nr. 1, p. 8. Zie voor een beknopte weergave van het kernprofiel van de getuige, zoals dit wordt voorgestaan door de onderzoeksgroep Sv 2001, Den Hartog 2001, p. 39.
Den Hartog 2001, p. 301.
Kamerstukken II 2003/04, 29 271, nr. 1, p. 11.
Kamerstukken II 2003/04, 29 271, nr. 1, p. 11.
Den Hartog 2001, p. 302.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voornemen bestaat om de processuele positie van de getuige nader in de wet te beschrijven en te normeren, net als dit recentelijk het geval is geweest bij de deskundige en het slachtoffer. De wetgever heeft reeds in het Algemeen kader herziening strafvordering aangekondigd dat er een regeling op komst is en hiertoe een titel in het eerste boek van het Wetboek van Strafvordering gereserveerd tussen de overige procesdeelnemers, namelijk titel IIIB.1 Als algemeen uitgangspunt gaat de wetgever daarbij uit van de erkenning van de positie van de getuige als volwaardig procesdeelnemer.2 De wetgever volgt hierin de aanbevelingen van de onderzoeksgroep Strafvordering 2001, die meende dat een eigen titel voor de getuige niet alleen ‘uitdrukking aan de “emancipatie” van de getuige geeft, maar ook de systematiek en inzichtelijkheid van een (nieuwe) regeling vergroot’.3 Door de wetgever wordt onderstreept dat de getuige als waarnemer van een strafbaar feit meer is dan alleen een instrument bij de waarheidsvinding; de getuige heeft eigen belangen, waarmee bij de bejegening rekening gehouden moet worden.4 Alle getuigen – dus niet alleen zij die bedreigd worden of zelf ook als verdachte kunnen worden aangemerkt – hebben recht op een behoorlijke bejegening, aldus de wetgever.5 Omdat aan getuigen expliciet rechten en plichten worden toegekend, heeft de onderzoeksgroep Strafvordering 2001 voorgesteld om in een nieuwe regeling een definitie op te nemen van het begrip getuige.6 Of de wetgever aan dit voorstel ook gehoor zal geven, moet nog blijken nu een nadere uitwerking van de positie van de getuige in de vorm van een nieuwe regeling nog niet heeft plaatsgevonden.