Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/7.7:7.7 Conclusie
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/7.7
7.7 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193620:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdvraag van dit proefschrift is of de Icbe-Richtlijn tot adequate en uniforme bescherming van deelnemers in icbe’s leidt. Om deze vraag te beantwoorden is getoetst of de regelgeving consequent is, in lijn is met de AIFM-richtlijn en MiFID II, of de best practices uit internationale toezichtregelgeving gevolgd zijn en in hoeverre additionele bepalingen op nationaal niveau zijn opgelegd. Ondanks het immer uitdijende rulebook voor icbe’s kan momenteel niet geconcludeerd worden dat de Icbe-Richtlijn leidt tot adequate en uniforme bescherming van deelnemers. De regelgeving is op onderdelen niet consequent of niet in lijn met AIFM-richtlijn en MiFID II. Belangrijker is echter dat er simpelweg te veel open gebieden in de regelgeving zijn om te kunnen concluderen dat het toezichtrecht adequaat en uniform is. De wijze van reguleren speelt hierbij een belangrijke rol. Het is niet verplicht een entiteit in te stellen, zoals een onafhankelijk fondsbestuur, die een fiduciaire plicht heeft richting deelnemers en die de beheerder moet controleren. In dat geval had misschien kunnen worden volstaan met enkele principes. In plaats daarvan is gekozen voor een beleggingsdriehoek waarbij een derde entiteit (de bewaarder) de beheerder controleert op het naleven van de vereisten. Nu een derde partij alleen toetst op het naleven van vereisten, zijn gedetailleerde bepalingen noodzakelijk die alle wezenlijke kenmerken van het beheer van een icbe reguleren. Dat is momenteel niet het geval.
De icbe-regelgeving kent naast de Icbe-Richtlijn inmiddels wel drie Uitvoeringsrichtlijnen, drie Verordeningen en tal van ESMA-richtsnoeren. Het rulebook voor icbe’s wordt bovendien elk jaar fors uitgebreid. Deze op sommige punten zeer gedetailleerde regelgeving leidt tot steeds meer uniformiteit in de vereisten die wel worden opgelegd. Uiteraard is een juiste implementatie van de vereisten in nationale regelgeving en toezichtspraktijken dan wel van belang en dat blijkt meer dan eens een uitdaging.