Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/7:Hoofdstuk 7 Concluderende opmerkingen
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/7
Hoofdstuk 7 Concluderende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193797:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van dit onderzoek was tweeledig. In eerste instantie heb ik gepoogd de vraag te beantwoorden of de Icbe-Richtlijn leidt tot adequate en uniforme bescherming van deelnemers in icbe’s. Het tweede doel van het onderzoek is de kennis in Nederland over de regelgeving voor icbe’s te vergroten door deze systematisch te beschrijven.
Hoofdstuk 2 was een inleidend hoofdstuk waarin de belangrijkste kenmerken van een icbe zijn beschreven en de belangrijkste terminologie uiteen is gezet. In hoofdstuk 3 is de motivatie achter de uitgebreide regelgeving voor icbe’s onderzocht. Allereerst is beschreven waarom er eigenlijk toezicht op beleggingsinstellingen is en waarom dit toezicht uitgebreider is dan het toezicht op andere uitgevende instellingen. In hoofdstuk 4, 5 en 6 zijn de instelling voor collectieve belegging in effecten, de beheerder en de bewaarder beschreven. Aan elke actor is een hoofdstuk gewijd. Naast een beschrijving van de verplichtingen zijn in elk hoofdstuk vier aspecten onderzocht:
Is er sprake van consequente regulering?
Zijn er opvallende verschillen met de vereisten uit de AIFM-Richtlijn en MiFID II?
Voldoen de vereisten aan de aanbevelingen van IOSCO en de OECD?
Zijn er op nationaal niveau aanvullende regels van toepassing?
In dit hoofdstuk zet ik de belangrijkste bevindingen op een rij.
7.1 Motivatie voor regelgeving7.2 Consequente regulering7.3 Vergelijking met andere Richtlijnen7.4 Best practices uit internationale toezichtregelgeving7.5 Additionele bepalingen op nationaal niveau7.6 Implementatie in Nederland7.7 Conclusie