Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/7.2.1.1:7.2.1.1 Rechtstreeks aan de anbi
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/7.2.1.1
7.2.1.1 Rechtstreeks aan de anbi
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633531:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Den Haag 23 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:13744 (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl), r.o. 11, en 12 en Hof Den Haag 10 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1763, r.o. 3.3, 7.3-7.5.
Hof Den Haag 10 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1763, r.o. 3.3, 6 en 7.4.
Besluit van 19 december 2014, Stcrt. 2014, 36877, onderdeel 2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een van de hierna te bespreken voorwaarden voor de giftenaftrek is dat de gift rechtstreeks aan een instelling met anbi-status is gedaan (art. 6.34 en 6.35 Wet IB 2001). Wanneer een donateur een gift doet aan een instelling zonder anbi-status – ook al is dit in nauw overleg met een instelling die wel een anbi-status heeft – komt de schenker geen recht op giftenaftrek toe. De donateur moet daarvoor immers een waardeverschuiving tot stand brengen waarmee het vermogen van een anbi wordt vergroot.1
Zo kwam volgens Hof Den Haag de volgende constructie niet voor de giftenaftrek in aanmerking, omdat de schenker de giften niet aan een anbi deed.2 Het geldbedrag ging door bezitsverschaffing formeel over van de schenker naar de voorganger van een religieuze instelling met anbi-status, maar bleef binnen de macht van de schenker, die namens de anbi het geld ter beschikking stelde aan instellingen zonder anbi-status, Van belang is in zulke situaties dat de anbi volgens de staatssecretaris als loketinstelling kan fungeren.3 Dat is het geval als de donateur de rechtstreekse giften aan een anbi zou oormerken voor instellingen zonder anbi-status en de anbi de ontvangen giften niet vanuit haar eigen algemeen nuttige doelstelling zou kunnen besteden, maar uitsluitend in opdracht van de donateur. Maakt de doorstoot van de geoormerkte giften meer dan tien procent van haar uitgaven uit, dan dient de anbi het particuliere belang van haar donateur en niet het algemeen nut, zodat ze het risico loopt vanwege het niet doorstaan van de kwantitatieve toets de anbi-status te verliezen. Als de anbi de ontvangen giften wel vanuit haar eigen algemeen nuttige doelstelling – in nauw overleg met de donateur – aan instellingen zonder anbi-status kan overmaken, dan loopt de anbi-status naar mijn mening in beginsel geen gevaar.