Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/1.1
1.1 Aanleiding
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS615059:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Rb Breda 22 augustus 1983, NJ 1984, 284.
Rb Amsterdam 16 december 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU8213, JOR 2006, 18, m.nt. B. Wessels.
Rb Amsterdam 1 december 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BG5727.
Rb Alkmaar 19 oktober 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BK0570.
Rb Amsterdam 11 december 1995 (niet gepubliceerde uitspraak).
Rb Amsterdam 20 oktober 2010 (niet gepubliceerde uitspraak).
Ter nuancering dient te worden opgemerkt dat veel verzekeraars een wachttijd hanteren. Gedurende deze wachttijd is de verzekeringnemer wel premie verschuldigd, maar kan de verzekerde geen aanspraak maken op een uitkering. Is een wachttijd overeengekomen, dan heeft de verzekerde pas recht op een uitkering indien de verzekerde gebeurtenis zich voordoet na het verstrijken van de wachttijd.
Verbond van Verzekeraars 2013, p. 58.
AMweb 2012.
In het verleden werd aangenomen dat banken en verzekeraars nooit in staat van faillissement zouden geraken. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat deze aanname niet juist is. In de Nederlandse bankensector zijn de Tilburgsche Hypotheekbank,1 Van der Hoop Bankiers,2 de Indonesische Overzeese Bank N.V. (Indover)3 en DSB Bank NV4 failliet gegaan. In de Nederlandse verzekeringsbranche is het faillissement uitgesproken van de levensverzekeraar N.V. Levensverzekeringsmaatschappij Vie d’Or5 (hierna te noemen: Vie d’Or) en van de schadeverzekeraar International Insurance Corporation N.V.,6 beter bekend onder de naam Ineas (hierna te noemen: Ineas). Ook hebben verschillende banken en verzekeraars staatssteun ontvangen van de Nederlandse overheid vanwege financiële problemen als gevolg van de kredietcrisis die in de zomer van 2007 is ontstaan: ABN Amro, Achmea, Aegon, ASR, Fortis, ING en SNS Reaal. Uiteindelijk zijn ABN Amro, Fortis Bank Nederland, SNS REAAL en SNS Bank zelfs genationaliseerd.
Een particulier of bedrijf sluit een verzekeringsovereenkomst met een verzekeraar met het doel bepaalde risico’s te laten dragen door de verzekeraar. Vooral gebeurtenissen waarbij de kans dat deze plaats vinden relatief klein is maar waarbij de financiële gevolgen groot zijn, worden verzekerd. Ik denk bijvoorbeeld aan een opstalverzekering, een aansprakelijkheidsverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. In plaats van het sluiten van een verzekeringsovereenkomst kan men er ook voor kiezen om zelf voor eventuele financiële risico’s te sparen. Het probleem is echter dat sparen tijd kost. Door het aangaan van een verzekeringsovereenkomst heeft een verzekerde recht op een uitkering wanneer de verzekerde gebeurtenis zich voordoet, ongeacht de omvang van premies die tot dat moment voldaan zijn.7 In feite gaat het hier om een vorm van risicospreiding over alle premiebetalers.
Omdat particulieren en bedrijven soms in hoge mate afhankelijk zijn van verzekeraars, is het van belang dat de financiële risico’s ook daadwerkelijk worden gedragen door de verzekeraar. Maar hoe zit het nu wanneer een verzekeraar failliet gaat of in zwaar weer komt te verkeren? Welke gevolgen heeft het faillissement van een verzekeraar voor verzekerden? En welke saneringsregelingen zijn er om het faillissement van een verzekeraar te voorkomen en wat zijn de gevolgen voor verzekerden bij de toepassing van een saneringsregeling? De antwoorden op deze vragen zijn relevant; de financiële wereld is aan het veranderen. De financiële positie van - met name - levensverzekeraars staat onder druk. De premieomzet met betrekking tot individuele levensverzekeringen neemt steeds verder af.8 De Nederlandsche Bank (hierna te noemen: DNB) maakt zich grote zorgen over de levensvatbaarheid van de levensverzekeringsbranche.9 Dat betekent dat het belang van saneringsregelingen ten behoeve van verzekeringsondernemingen groot is, en daarmee ook een onderzoek naar de gevolgen voor verzekerden binnen de bestaande saneringsregelingen.
In paragraaf 1.2 sta ik stil bij het toezicht dat door DNB wordt uitgeoefend op verzekeraars en de maatregelen die DNB kan treffen om in te grijpen wanneer de financiële positie van een verzekeraar daartoe aanleiding geeft. Daarna ga ik in op de centrale onderzoeksvraag en daarbij behorende deelvragen (paragraaf 1.3) en het toetsingskader dat ik zal gebruiken voor de beantwoording van de onderzoeksvraag (paragraaf 1.4). Vervolgens werk ik de voor dit onderzoek relevante begrippen ‘verzekerde’ (paragraaf 1.5), ‘verzekeraar’ (paragraaf 1.6) en ‘saneringsmaatregel’ (paragraaf 1.7) uit. De verdere afbakening van het onderzoek vindt plaats in paragraaf 1.8, waarna de onderzoeksmethode wordt beschreven in paragraaf 1.9. Dit hoofdstuk sluit ik af met een beschrijving van de wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie van dit onderzoek in paragraaf 1.10.