Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/20.2.2:20.2.2 Aard van de grenstekens
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/20.2.2
20.2.2 Aard van de grenstekens
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482416:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Noch in het huidige, noch in het oude Burgerlijk Wetboek wordt gesproken over de aard van de te plaatsen tekens. Paaltjes of grensstenen zullen in het algemeen geen aanleiding geven tot problemen. Anders zal dit zijn ten aanzien van schuttingen en hekwerken welke één van de eigenaren wenst te plaatsen. Naar het oordeel van Davids1 gaan dit soort constructies de kenmerken van afpaling te boven. Er is eerder sprake van afsluiting.
De grenstekens moeten aan redelijke eisen voldoen.2 Aandacht dient te worden besteed aan duurzaamheid, houdbaarheid, zichtbaarheid en schoonheid.3
Overigens zijn volgens Davids de omstandigheden van het geval hier bepalend.4 Een nadere bepaling lijkt mij evenwel mogelijk. Naar mijn oordeel dient voor de vraag welke de aard van de tekens mag en kan zijn de plaatselijke gewoonte doorslaggevend te zijn. Aldus wordt aangesloten bij art. 5:49.5 Land verwijst in dit verband naar de plaatselijk gebruiken. Hij merkt op dat deze met zich mee kunnen brengen dat er een sloot moet worden gegraven.6
Intermezzo: Duits recht, Abmarkung
§ 919 lid 2 BGB luidt:
‘Die Art der Abmarkung und das Verfahren bestimmen sich nach den Landesgesetzen; enthalten diese keine Vorschriften, so entscheidet die Ortsüblichkeit.’