Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/2.4.1
2.4.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655913:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zeepbellen komen niet alleen voor op de financiële markten. Ook op andersoortige markten kunnen van tijd tot tijd zeepbellen ontstaan. Een bekend (historisch) voorbeeld is natuurlijk de gekte in de markt voor tulpenbollen in Nederland rond 1630. Het unieke van zeepbelvorming op financiële markten is echter dat deze markten veel gevoeliger zijn voor zogenoemde ‘momentum-effecten’. Daarom zullen zeepbellen op financiële markten relatief vaker voorkomen. Zie hierover onder meer het rapport The Turner Review 2009, p. 39-49 van de Britse Financial Services Authority (tegenwoordig Financial Conduct Authority).
Waar ik hier spreek van een ‘zeepbel’, refereert De Jong in zijn proefschrift aan een ‘luchtbel’, zie De Jong 2010, p. 192-193. Volgens mij bedoelen wij met deze begrippen hetzelfde.
Zie over het fenomeen van de zeepbel recent de baanbrekende studie Greenwood, Shleifer & You 2019. En zie ook recent de studie Barberis e. a. 2018.
Met het ‘natuurlijke evenwichtsniveau’ bedoel ik de aandelenkoers die ontstaat als alle ‘lucht’ eruit is gelopen.
Op het moment van afronding van dit manuscript vind ik het nog te vroeg om ook de hype die de afgelopen jaren rondom crypto-munten is ontstaan in dit rijtje van (uit elkaar gespatte) zeepbellen te scharen. Verder wijs ik erop dat in de literatuur de kredietcrisis en de dotcom-crisis meestal in één adem worden genoemd met de beurscrash van 19 oktober 1987. Bij deze crash verloor de Dow Jones-index in een dag ruim 22 procent van zijn waarde, terwijl geen sprake was van relevante wijzigingen in de fundamentals van de economie. Zie over deze crash onder meer Malkiel 2003, p. 80.
Blanchard & Watson 1982, p. 295-315. In hun recente studie naar zeepbelvorming op de financiële markten zetten Barberis, Greenwood, Jin en Shleifer (de uitkomsten van) hun model af tegen onder meer die van Blanchard & Watson 1982 en Tirole 1985, zie Barberis e.a. 2018, p. 215-216.
Zie over de theorie van de rational bubble in de (Amerikaanse) juridische literatuur Dunbar & Heller 2006, p. 491-493 en Ferrillo, Dunbar & Tabak 2004, p. 114-116.
Vgl. Dunbar & Heller 2006, p. 492-493.
Een belangrijke en interessante toepassing van het vakgebied van de behavioral finance is het bieden van verklaringen waarom eens in de zoveel tijd zeepbellen in de economie ontstaan.1 Met een zeepbel2 bedoel ik dat de prijs van een asset gedurende langere tijd ver boven zijn fundamentele waarde ligt.3 Vroeg of laat zal de zeepbel uit elkaar spatten en zal de assetprijs terugkeren naar zijn natuurlijke evenwichtsniveau.4 Dit uit elkaar spatten van de zeepbel zal gepaard gaan met grote beleggingsverliezen en zal doorgaans – gedurende korte tijd – een ontwrichtende werking hebben op de reële economie. Relatief recente voorbeelden van zeepbellen die later uit elkaar zijn gespat, zijn de dotcom-hype rond de millenniumwisseling (uitmondend in de dotcom- crisis) en de bubble op de vastgoedmarkt rond 2004-2007 (uitmondend in de kredietcrisis).5 Het fenomeen van de zeepbel is voor het financieel aansprakelijkheidsrecht van groot belang, want de ervaring leert dat het uit elkaar spatten van een zeepbel voor veel beleggers – al dan niet terecht – aanleiding is om geleden beleggingsverliezen via aansprakelijkheidsprocedures op derden (waaronder de vennootschap die de effecten heeft uitgegeven die deze beleggers hebben gekocht) te verhalen.
Als een voorloper op de zeepbel-theorieën uit de behavioral finance kan worden beschouwd de theorie van de zogenoemde ‘rational bubble’. Deze theorie is in 1982 voor het eerst goed onderbouwd door de economen Blanchard en Watson.6 Met deze theorie werd de EMH ter discussie gesteld, omdat zij liet zien dat de koers van een aandeel over een langere periode aanzienlijk kan afwijken van zijn fundamentele waarde, zonder dat dit proces volledig wordt gedreven door irrationele sentimenten. De essentie van de theorie is dat het voor een belegger een rationele strategie kan zijn een overgewaardeerd aandeel te kopen, zolang hij verwacht dat hij het op een later tijdstip tegen een nog hogere prijs kan verkopen.7 Hoewel de theorie van de rational bubble op zichzelf kan verklaren waarom het voor rationele beleggers verstandig kan zijn aan de marktgekte mee te doen, kan zij niet goed verklaren hoe een zeepbel kan ontstaan en hoe zij gedurende langere tijd een stabiel evenwichtspad kan opleveren.8 Daar zijn geavanceerdere theorieën en modellen voor nodig, waarbij het in principe altijd gaat om ‘wijsheid achteraf’. Die geavanceerdere theorieën en modellen laat ik hier verder rusten en ik beperk mij tot een (nadere) uitleg van de theorie van de rational bubble.