Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.10.4:19.10.4 Betrokkenheid van een bank: een preventieve factor?
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.10.4
19.10.4 Betrokkenheid van een bank: een preventieve factor?
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402409:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aantal juridische auteurs heeft zich op het standpunt gesteld dat het gegeven dat een bank bereid was een LBO te financieren, beschouwd moet worden als een sterke aanwijzing dat de transactie geen onredelijke risico’s meebracht.1 Nu banken zelf (de belangrijkste) crediteur worden van het doelwit en daarom plegen te financieren op cash-flow basis, zou van de betrokkenheid van een bank een preventieve werking uitgaan. Die redenering kan echter zeker niet zonder meer worden gevolgd. Het belang van de bank loopt niet altijd gelijk met dat van de ongesecureerde crediteuren.2 Ten eerste weten de in een LBO participerende banken zich gedekt door zekerheden op doorgaans alle activa van het doelwit. Daarnaast is de bank in de gelegenheid om het door haar gelopen risico te verdisconteren in het rentepercentage dat zij voor het krediet rekent. Ook is niet zelden een belangrijk deel van de upside van de financiering voor de bank gelegen in eenmalige vergoedingen voor advisering die is verricht in het kader van de overname. Daar komt nog eens bij dat banken repeat players zijn op de overnamemarkt; banken wegen het risico van een specifieke deal vaak af tegen mogelijke opbrengsten die zullen voortvloeien uit toekomstige deals met dezelfde investeerder. Hierdoor kan het voor banken rationeel zijn om medewerking te verlenen aan financieringen die vanuit een objectief perspectief te veel risico’s meebrengen voor de vennootschap en haar ongesecureerde crediteuren. Tot slot blijkt uit de jaren voor de kredietcrisis dat ook macro-economische omstandigheden een belangrijke invloed uitoefenen op de bereidheid van banken om covenant-light omvangrijke kredieten te verstrekken.3