Einde inhoudsopgave
De concern(genoten)enquête (VDHI nr. 158) 2019/2.3
2.3 De economische werkelijkheid versus de juridische werkelijkheid
mr. R.P. Jager, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. R.P. Jager
- JCDI
JCDI:ADS85928:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vide ook Antunes als geciteerd in voetnoot 13 supra.
Cf. Van Achterberg, op. cit., p. 84, die – in de context van het zijdens de moedermaatschappij verkrijgen van de vele vertrouwelijke gegevens van haar dochtermaatschappij – opmerkte dat eerstgenoemde te dier zake geen wettelijke recht op inlichtingen nodig heeft, aangezien de concernverhouding als het ware de vennootschapsrechtelijke bepalingen doorbreekt.
Vide ook Verdam, op. cit., p. 410: ‘Wil men het eigen belang van de dochter ruimer interpreteren, dan zal dat al snel de praktische werking van de concernleiding frustreren [curs. RPJ], waardoor men in de problemen komt die Raaijmakers schetst.’
In concernverhoudingen is sprake van een continue spanning tussen de juridische werkelijkheid en de economische werkelijkheid.1 Immers, de juridische werkelijkheid neemt de afzonderlijk functionerende vennootschap met een autonoom opererend en naar haar belang richtend bestuur tot uitgangspunt, terwijl in de economische werkelijkheid vennootschappen die deel uitmaken van een concern, tezamen functioneren, zoals ook wordt onderkend in art. 2:24b BW, als één economische eenheid, oftewel één onderneming, waarbinnen (door de moedermaatschappij) centrale leiding wordt uitgeoefend, waarbij het concernbelang voor ogen wordt gehouden. Deze twee werkelijkheden zijn contradictoir. Gezien de juridische, organisatorische en economische middelen die de moedermaatschappij ten dienste staan, zal over het algemeen in de praktijk de juridische werkelijkheid buigen voor de economische werkelijkheid. Terecht, lijkt mij. In concernverhoudingen kan de bestuursautonomie noch het vennootschappelijk belang, twee hoekstenen van het (Nederlandse) ondernemingsrecht, onverkort van toepassing zijn; zij moeten in concernverhoudingen (sterk) worden gerelativeerd.2 Zij staan immers aan concernvorming in de weg, althans zetten het concernverband op losse schroeven.3 Hierop zal in het navolgende worden ingegaan.
2.3.1 Bestuursautonomie2.3.2 Vennootschappelijk belang