Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.3:5.3 Verhouding tot overige bevoegdheidsgronden
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.3
5.3 Verhouding tot overige bevoegdheidsgronden
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434210:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ten onrechte anders Rb. Rotterdam 4 juni 2003, IVIPR 2004, 158: 'Mitsdien is deze rechtbank bevoegd krachtens artikel 9, aanhef en onder c jo. artikel 109 Rv en kan in het midden gelaten worden of zij tevens bevoegd is op andere gronden, zoals artikel 6, aanhef en onder a jo. artikel 109 Rv, nu in ieder geval niet gebleken is dat een ander Nederlands gerecht dan deze rechtbank bevoegd is.'
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen de commune rechtsmachtregeling heeft het forum necessitatis in art. 9 sub b en c Rv een aanvullend karakter. Alleen als de rechtsmacht niet volgt uit een andere commune bevoegdheidsgrond, speelt art. 9 sub b en c Rv een rol. Uit welke andere bevoegdheidsgronden kan de rechtsmacht volgen? Volgens de aanhef van art. 9 Rv komen de in art. 2-8 Rv genoemde bevoegdheidsgronden hiervoor in aanmerking: `Komt de Nederlandse rechter niet op grond van de artikelen 2 tot en met 8 rechtsmacht toe, dan heeft hij niettemin rechtsmacht indien: (...)'. Dit betekent dat altijd nagegaan dient te worden of de rechtsmacht van de Nederlandse rechter kan worden gebaseerd op de 'normale' bevoegdheidsregels. Is dat niet het geval, dan kan het forum necessitatis toepassing vinden. Beroept de aanlegger zich in een Nederlandse procedure primair op art. 9 sub b of sub c Rv en subsidiair op een van de bevoegdheidsgronden in art. 2-8 of 10 Rv, dan nog dient de rechter eerst na te gaan of hij rechtsmacht heeft op grond van art. 2-8, 9 sub a of 10 Rv. Pas als dat niet het geval is, komt art. 9 sub b en c Rv aan bod. Het aanvullend karakter van de forum necessitatis-regeling dwingt hiertoe.1
Hoewel de aanhef van art. 9 Rv de vangnetbepaling van art. 10 Rv niet noemt, kan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in voorkomende gevallen ook op art. 10 Rv worden gebaseerd.2 Volgt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter uit een bepaling inzake de relatieve competentie, anders dan die genoemd in art. 99-109 en art. 262-269 Rv, dan blijft art. 9 sub b en sub c Rv verder buiten beschouwing. Wordt de Nederlandse rechter in een geschil dat ter vrije bepaling van partijen staat als een forum necessitatis geadieerd, dan komt hem reeds rechtsmacht toe op grond van stilzwijgende forumkeuze als de wederpartij in de procedure verschijnt en zich niet of niet tijdig op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter beroept. In dat geval volgt de bevoegdheid uit art. 9 sub a Rv of als het een vermogensrechtelijk geschil betreft uit de EEX-Verordening (art. 24) en behoeft verder niet te worden beoordeeld of er sprake is van een situatie die gebracht kan worden onder art. 9 sub b of c Rv.