Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/5.3
5.3 De aansprakelijkheid van een rechtspersoon
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS298904:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Hoekzema, GS Onrechtmatige daad, aant. VIII.7.1.1.1.
HR 10 juni 1955, NJ 1955, 552 (Het Noorden/NHL).
HR 6 april 1979, NJ 1980, 34 (Kleuterschool Babbel), recent herhaald in: HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285 (Resort of the World/Maple Leaf), r.o. 3.7.2. Zie hierover nader: Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015, nr. 81 en De Valk 2009, pp. 39 en 48 e.v.
Zie Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015, nr. 87 waar ingegaan wordt op enkele omstandigheden die van belang kunnen zijn.
Zie daarover: Hoekzema, GS Onrechtmatige daad, aant. VIII.7.1.1.1. e.v.
Vereiste voor toepasselijkheid van art. 2:11 BW is dat sprake is van aansprakelijkheid van een rechtspersoon (die bestuurder is van een andere rechtspersoon). Een rechtspersoon is een juridische constructie die niet – zoals een natuurlijke persoon – feitelijk kan handelen en geen intenties heeft. Om tot aansprakelijkheid van een rechtspersoon te komen, dienen uit de aard der zaak dan ook gedragingen van ten minste één natuurlijk persoon als gedraging(en) van een rechtspersoon te worden beschouwd.1
In oudere jurisprudentie werd de onrechtmatige daad van een orgaan van een rechtspersoon beschouwd als onrechtmatige daad van de rechtspersoon, wanneer het orgaan had gehandeld binnen de formele kring van zijn bevoegdheid.2 Later deed het “maatschappelijk verkeer”-criterium van het Kleuterschool Babbel-arrest zijn intrede: gedragingen (handelen en nalaten) van natuurlijke personen die in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van de rechtspersoon hebben te gelden, worden toegerekend aan de rechtspersoon, ongeacht of de gedragingen door een orgaan van de rechtspersoon zijn verricht.3 Bij de toepassing van dit criterium zijn de omstandigheden van het geval doorslaggevend.4 Ook kunnen gedragingen van een rechtspersoon onder omstandigheden worden toegerekend aan een andere rechtspersoon. Zo kunnen onder omstandigheden gedragingen van de tweedegraads bestuurder-natuurlijke persoon in het maatschappelijk verkeer gelden als gedragingen van de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder en de gedragingen van laatstgenoemde kunnen op hun beurt onder omstandigheden weer gelden als gedragingen van de bestuurde rechtspersoon.5 Aangezien dit onderwerp buiten het kader van dit onderzoek valt, volsta ik met een verwijzing naar de relevante literatuur ter zake.6