Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/2.8.1
2.8.1 Rechtsvormwijziging van en in vereniging, cooperatie, onderlinge waarborgmaatschappij
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS496598:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 305.
Zie tevens Asser-Van der Grinten-Maeijer 2-11, nr. 151. Anders: C.W. de Monchy, in: C.W. de Monchy en L. Timmerman, De nieuwe algemene bepalingen van Boek 2 BW(preadvies van de Vereeniging 'Handelsrecht% Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1991, p. 109.
Van de door J.L. van de Streek, Omzetting van rechtspersonen (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 2008, p. 13 genoemde onduidelijkheid is geen sprake.
Zie 2.4.
Artikel 2:53 lid 1 BW.
Artikel 2:53 lid 2 BW.
Anders: C.J. Galle, De cooperatie, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1993, p. 281-284.
Artikel 2:311 lid 2 BW.
Kenmerk van een vereniging is dat zij leden heeft. Lid worden van een vereniging geschiedt door toetreding. De vrijheid van vereniging brengt met zich dat een lid het lidmaatschap moet aanvaarden. Dat geldt zowel bij oprichting van als bij rechtsvormwijziging in een vereniging, cooperatie of onderlinge waarborgmaatschappij.
De vereniging is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel, anders dan omschreven in artikel 2:53 lid 1 BW (cooperatie) of artikel 2:53 lid 2 BW (onderlinge waarborgmaatschappij). Belangrijk is dat sinds de Wet van 16 juni 19881, welke wet in werking is getreden op 1 januari 1989, de cooperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij niet meer gelden als een vorm van de vereniging, maar als zelfstandige rechtsvorm. Dat blijkt ook uit artikel 2:3 BW.2 Voor wijziging tussen de rechtsvormen vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij kan niet meer volstaan worden met statutenwijziging maar moet de procedure van rechtsvormwijziging gevolgd worden.3 Overigens geldt verder dat voor het wijzigen van een informele vereniging in een formele vereniging de procedure van rechtsvormwijziging niet van toepassing is. Het gaat in dat geval om verschillende varianten van één rechtsvorm.4
Indien een vereniging van rechtsvorm wordt gewijzigd in een andere rechtsvorm kan onderscheid gemaakt worden tussen rechtsvormwijziging in een verwante en in een niet-verwante rechtsvorm. Rechtsvormwijziging in een verwante rechtsvorm vertoont naar haar aard meer continuïteit dan rechtsvormwijziging in een niet-verwante rechtsvorm. Verwantschap is een vorm van continuïteit.
De coöperatie5 en de onderlinge waarborgmaatschappij6 zijn te beschouwen als aan een vereniging verwant. Deze rechtspersonen kennen leden en zijn te beschouwen als verwant. Bij rechtsvormwijziging in een verwante rechtsvorm worden de leden van de vereniging in de regel leden van de cooperatie respectievelijk onderlinge waarborgmaatschappij. Bij rechtsvormwijziging in een verwante rechtspersoon is sprake van een geringe mate van discontinuïteit.
Voor leden is een specifieke opzeggingsmogelijkheid in de wet opgenomen in geval van rechtsvormwijziging. Artikel 2:36 lid 4 BW bepaalt:
`Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm (..)'
Deze opzeggingstermijn vangt aan op het moment dat het besluit tot rechtsvorm-wijziging aan de leden is meegedeeld. Indien een lid op de vergadering aanwezig was, vangt de termijn van een maand meteen na de vergadering aan. De mededeling aan de andere leden dient te geschieden in overeenstemming met de statutaire regeling over mededelingen aan leden. Het is niet mogelijk in de statuten een afwijkende regeling op te nemen.7 Dit betekent dat na het besluit tot rechts-vormwijziging één maand gewacht dient te worden voordat de akte van rechts-vormwijziging verleden kan worden. Gedurende die periode wordt elk lid de mogelijkheid geboden zijn lidmaatschap te beëindigen.
De wachttermijn van een maand is te vergelijken met de procedure van een juridische fusie.8 De wachttermijn van een maand kan evenmin bekort worden of terzijde gesteld worden. Het lid blijven van alle leden danwel onherroepelijk afstand doen van de opzeggingsmogelijkheid door de leden heeft niet tot gevolg dat de maand wachttermijn niet in acht genomen of bekort kan worden. De leden die hebben aangegeven lid te blijven, moeten de gelegenheid behouden van hun opzeggingsmogelijkheid gebruik te maken. Zij hebben derhalve een maand de gelegenheid op hun keuze om lid te worden, terug te komen en kunnen hun lidmaatschap alsnog beëindigen.
Rechtsvormwijziging in een verwante rechtsvorm levert kennelijk wel een dusdanige mate van discontinuïteit op dat de wet een specifieke opzeggingsmogelijkheid heeft opgenomen die niet alleen geldt voor rechtsvormwijziging in een niet-verwante rechtsvorm maar ook voor rechtsvormwijziging in een verwante rechtsvorm.