Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.4.2
4.4.2 De bestuursstructuur: monistisch of toch dualistisch?
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS384945:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De commanditaire vennootschap op aandelen is een vennootschap die wordt aangegaan tussen één of meer hoofdelijk aansprakelijke vennoten (beherende vennoten) en één of meer vennoten die zich slechts tot een bepaalde inbreng verbinden (stille vennoten). Een groot nadeel van deze vennootschapsvorm is de onbeperkte aansprakelijkheid van alle beherende vennoten. Ingevolge art. 657 W. Venn. zijn alle bepalingen van de NV op de Comm. VA van overeenkomstige toepassing, tenzij anders is bepaald.
Baeten & François (2000), p. 37.
Door de creatie van het statuut van de naamloze vennootschap van publiek recht worden bedrijven in staat gesteld hun activiteiten op concurrerende wijze uit te oefenen en de voorwaarden te verbeteren waaronder zij hun taken van openbare dienst uitoefenen.
Zo zijn er de rechtspersonen die door de wetgever uitdrukkelijk in het oprichtingsdecreet als NV van publiek recht worden aangeduid. Ook bestaan tal van publiekrechtelijke rechtspersonen die in de vorm van een NV zijn opgericht zonder dat zij als NV van publiek recht zijn betiteld. Daarnaast zijn er publiekrechtelijke rechtspersonen die niet als dusdanig de NV-vorm hebben aangenomen, maar waarop een aantal bepalingen van het vennootschapsrecht met betrekking tot de NV van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Voor een nadere uiteenzetting van de verschillende vormen wordt verwezen naar Cornelis, De Keyser, D´Hooghe & Vandendriessche (2000), p. 65-125.
De Lijn is opgericht bij Decreet Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Vervoermaatschappij - De Lijn, zoals laatstelijk gewijzigd bij het decreet Vlaamse Raad van 2 april 2004, nr. 52.
De Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB) is opgericht bij Ordonnantie van 22 november 1990 betreffende de organisatie van het openbaar vervoer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, B.S. 28 november 1990, p. 22218.
De algemene vergadering kan bepalen dat de raad van bestuur slechts twee leden omvat. Een tweekoppige raad van bestuur is eveneens toegestaan indien de vennootschap door twee personen is opgericht (art. 518 W. Venn.).
Meer uitgebreid over dit onderwerp François & Delvoie (2004), p. 42.
Hof van Cassatie 17 september 1968, Pas 1996, I, 61. Of een bepaalde handeling daadwerkelijk onder het dagelijkse bestuur valt, blijft een feitenkwestie die moet worden beoordeeld in het licht van de omvang en het voorwerp van de onderneming. Zie over dit onderwerp nader Braeckmans & Houben (2011), p. 295 (nr. 544).
François (2006), p. 433.
Niet zelden geschiedt dit door de oprichting van bijzondere comités binnen de raad van bestuur, ook wel een uitvoerend of executief comité genoemd.
Het directiecomité was al lang voor de codificatie een bekend verschijnsel in Belgische NV’s. Er bestond echter rechtsonzekerheid over de wettelijke status en de rechtsgevolgen van de door het directiecomité genomen besluiten. Voor de bankensector bestond vanaf 1975 een wettelijke regeling inzake de instelling van een directiecomité. Deze regeling was mede de inspiratiebron voor de regeling van de artt. 524bis en 524ter W.Venn. Zie hierover Ernst & Van den Eynden (2003), p. 25-32.
De Wulf (2002), p. 333 beantwoordt deze vraag in zijn dissertatie uit 2002 bevestigend. In een latere publicatie spreekt De Wulf (2003a), p. 215 deze stelling weer tegen. Nelissen Grade (2003), p. 121 is van mening dat de algemene vergadering deze bevoegdheid ontbeert, maar stelt zich de vraag of de wetgever wel de juiste beslissing heeft gemaakt nu het volgens hem de voorkeur verdient de keuze voor het ene of het andere systeem aan de aandeelhouders te laten. Ernst & Van den Eynden (2003), p. 40-41 zijn een soortgelijke mening toegedaan. Ook Byttebier (2004), p. 161 meent dat de algemene vergadering de raad van bestuur niet kan verplichten tot oprichting van een directiecomité over te gaan.
Eventuele beperkingen aan de maximaal overdraagbare bestuursbevoegdheden bij de statuten of bij beslissing van de raad van bestuur zijn niet aan derden tegenwerpbaar.
Het begrip ‘algemeen bestuur’ is een vaag begrip waarvan de concrete invulling mede afhankelijk zal zijn van de omvang van de vennootschap, haar doelomschrijving en activiteiten en van de concrete omstandigheden. Zie nader Ernst & Van Den Eynden (2003), p. 62-63; De Wulf (2003a), p. 219-220.
Vgl. Wyckaert & Geens (2009), p. 74; Van Gerven (2004).
François (2006), p. 450-466; Delmotte (2004); De Wulf (2003b), p. 216; Ernst & Van Den Eynden (2003), p 60-61.
Vgl. Wyckaert & Geens (2009), p. 74; De Wulf & De Geyter (2007), p. 109; Nelissen Grade (2003), p. 116.
François (2006), p. 438; Nelissen Grade (2003), p. 118.
Zie de artt. 39 lid 3 en 40 SE-Verordening.
Vgl. Wyckaert & Geens (2009), p. 72-73.
Verslag aan de Koning B.S. 9 september 2004, p. 65844. Het verbod tot het instellen van een directiecomité is neergelegd in art. 898 tweede lid in fine W.Venn.
Ernst & Van den Eynden (2003), p. 51. De metafoor à la carte heeft betrekking op het feit dat het wettelijke systeem bijzonder veel ruimte voor maatwerk laat om te bepalen waaruit de bevoegdheid, de samenstelling en de vertegenwoordiging van het directiecomité zal bestaan.
Commissie De Grauwe (2000), p. 13.
De Wulf (2002), p. 9.
Voor een uiteenzetting van de regeling wordt verwezen naar Braeckmans & Houben (2012), p. 92-96.
In de meeste gevallen gaat het bij het gebruik van buitenlandse vennootschappen om de Engelse limited. Een ander reden die voor de invoering van de Starter-BVBA werd genoemd, is het stimuleren van de oprichting van Belgische ondernemingen en - in het verlengde daarvan - de werkgelegenheid. Zie Gedr. St., Kamer 2009-10, 20 oktober 2009, nr. 2211/1, p. 3-4.
De bestuursstructuur van Belgische vennootschappen is neergelegd in het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.). Het Belgische vennootschapsrecht kent de volgende kapitaalvennootschappen: de naamloze vennootschap (NV), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA) en de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA). Op een aantal algemene bepalingen na volgt de bestuursstructuur van de vennootschappen uit verschillende boeken van het W. Venn. Ten behoeve van de overzichtelijkheid ga ik hierna afzonderlijk in op de bestuursstructuur van de NV en de BVBA, waarbij speciale aandacht toekomt aan de functie van de commissaris. De Comm. VA blijft vanwege haar geringe betekenis buiten beschouwing.1
Privaatrechtelijke vennootschappen waarin de overheid een dominerende invloed heeft, zijn eveneens aan het reguliere vennootschapsrecht onderhevig.2 Daarnaast kent het Belgische recht zogenaamde NV’s van publiek recht. Dit zijn publiekrechtelijke rechtspersonen waarop de vennootschappelijke regels met betrekking tot NV’s van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, mits daarvan niet is afgeweken in de organieke wet of de statuten.3 Er bestaan verschillende soorten NV’s van publiek recht die op hun eigen wijze afwijken van het reguliere vennootschapsrecht op het terrein van structuur, organisatie en oprichting. Dit maakt het onmogelijk van de NV’s van publiek recht een compleet overzicht te geven.4 Noemenswaardig is dat binnen de vervoersbedrijven De Lijn en MIVB – beide NV’s van publiek recht – enige vorm van vennootschappelijke medezeggenschap bestaat. Het oprichtingsdecreet van De Lijn bepaalt dat twee van de elf bestuurders worden benoemd op voordracht van de representatieve organisaties van werknemers zoals vertegenwoordigd in de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen.5 In het vervoersbedrijf MIVB worden drie van de twintig bestuurders door werknemers benoemd op voordracht van de vakbonden die het meest representatief zijn voor het personeel.6 Deze drie bestuurders nemen met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van het bestuur.
Naamloze vennootschap
De NV wordt bestuurd door een raad van bestuur die is samengesteld uit ten minste drie natuurlijke of rechtspersonen.7 De raad van bestuur is bevoegd ten aanzien van alle aangelegenheden die de vennootschap aangaan, tenzij deze bevoegdheid bij de statuten is beperkt. Art. 19 W.Venn. stelt voorop dat de raad van bestuur handelt in het belang van de vennootschap. In de literatuur bestaan uiteenlopende meningen over de vraag aan welke juridische maatstaf goed bestuur moet worden afgemeten. Gaat het om het enkele belang van de collectiviteit van aandeelhouders (winstbelang) of om een ruimere groepering van belangen, met inbegrip van werknemersbelangen? De meerderheid van de auteurs gaat van de eerste opvatting uit.8
De raad van bestuur is – als collegiaal orgaan – belast met het bestuur van de vennootschap. Ten behoeve van een snelle en efficiënte besluitvorming is het mogelijk het effectieve bestuur aan één of meer personen te delegeren. Op grond van art. 525 W.Venn. kan een orgaan van dagelijks bestuur worden ingesteld. De bestuurders die hierin zitting hebben, worden gedelegeerde bestuurders genoemd.
Wordt het dagelijks bestuur gedelegeerd aan een persoon die geen bestuurder is, dan wordt deze persoon geduid met de term (algemeen) directeur. Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘dagelijks bestuur’. Volgens het Hof van Cassatie beperken de bevoegdheden van het dagelijks bestuur zich tot handelingen (i) die niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijkse leven van de vennootschap en (ii) de behoefte die vanwege het minder belang dat ze vertonen of van de noodzakelijkheid een vlugge oplossing te treffen, de tussenkomst van de raad van bestuur niet rechtvaardigen.9 In de literatuur is gesteld dat het dagelijks bestuur vanwege deze beperkte bevoegdheden ongeschikt is de vennootschap behoorlijk te besturen.10 De raad van bestuur heeft de mogelijkheid aan de gedelegeerde bestuurders in het dagelijks bestuur aanvullende bevoegdheden te delegeren (art. 522 § 1 W.Venn.). Deze bevoegdheidsdelegatie is eveneens toegestaan indien een dagelijks bestuur ontbreekt en komt in dat geval neer op een interne taakverdeling binnen de raad van bestuur.11 Ook met de instelling van een dagelijks bestuur blijft de raad van bestuur concurrerend bevoegd – en dus aansprakelijk – voor de materies die door het dagelijks bestuur worden behandeld. Het bestuur blijft formeel in handen van één orgaan, de raad van bestuur. Juridisch beschouwd blijft de bestuursstructuur van de NV dan ook monistisch.
De NV kan ook opteren voor de oprichting van een directiecomité bestaande uit minimaal twee personen. Het directiecomité treedt in het rechtsverkeer op volgens dezelfde regels zoals die gelden voor de raad van bestuur. Het directiecomité is sinds 2002 wettelijk verankerd in de artt. 524bis en 524ter W.Venn.12 Art. 524bis bepaalt dat ‘de statuten de raad van bestuur kunnen toestaan zijn bestuursbevoegdheden over te dragen’. Deze zinsnede maakt duidelijk dat de procedure tot oprichting uit twee fasen bestaat. Eerst dient de algemene vergadering in de statuten op te nemen dat de raad van bestuur zijn bestuursbevoegdheden kan overdragen aan een directiecomité en vervolgens dient de raad van bestuur daartoe over te gaan. Of de algemene vergadering in de statuten de raad van bestuur kan verplichten tot oprichting van een directiecomité over te gaan, is een vraag waarop men in de literatuur geen eenduidig antwoord vindt.13 De woorden ‘kunnen toestaan’ uit het hiervoor geciteerde art. 524bis doen vermoeden dat de algemene vergadering zich deze bevoegdheid niet kan toe-eigenen.
Indien tot instelling van een directiecomité wordt besloten, ligt de kern van het ondernemingsbestuur bij dit comité.14 De overdracht heeft alleen geen betrekking op (i) het algemeen beleid van de vennootschap,15 (ii) het toezicht op het directiecomité en (iii) de handelingen die de wet uitdrukkelijk aan de raad van bestuur toekent. Wanneer een directiecomité is ingesteld, is de raad van bestuur belast met het toezicht daarop. In dat opzicht is het opmerkelijk dat het directiecomité bestuurders onder zijn leden kan tellen. Dat heeft de consequentie dat de gecontroleerde deel kan uitmaken van het controleorgaan. Een twistpunt in de doctrine is of de bevoegdheidsoverdracht het directiecomité exclusief bevoegd maakt of dat het om concurrerende bevoegdheden gaat met de raad van bestuur. Met verwijzing naar de letterlijke tekst van 524bis – die melding maakt van de overdracht van bevoegdheden – bestaat de opvatting dat de raad van bestuur niet langer bevoegd is.16 Op meer materiële (en niet louter formele) gronden is het merendeel van de auteurs echter van oordeel dat de raad van bestuur concurrerend bevoegd blijft.17
Het directiecomité wordt in het Belgische vennootschapsrecht beschouwd als een zelfstandig orgaan met zowel bestuurs- als vertegenwoordigingsbevoegdheden ten opzichte van de raad van bestuur.18 De vraag rijst of met de instelling van een directiecomité feitelijk geen dualistische bestuursstructuur tot stand komt. In de literatuur is gesteld dat er geen duale bestuursstructuur ontstaat in de betekenis die daaraan doorgaans wordt gegeven.19 Zo bestaat tussen het directiecomité enerzijds en de raad van bestuur anderzijds geen wettelijke taakverdeling. Het bestuur kan vrij besluiten welke taken en bevoegdheden hij delegeert, zodat in theorie vele gradaties van taakopsplitsing mogelijk zijn. Slechts het algemeen beleid, het toezicht op het directiecomité en de wettelijk voorbehouden bevoegdheden liggen verplicht bij de raad van bestuur. Daarnaast kan het lidmaatschap van beide organen cumuleren. Deze auteurs moet worden nagegeven dat een wettelijke taakverdeling en een verbod van beide organen lid te zijn op Europees niveau kenmerkend zijn voor een dualistische structuur.20 Daar wijkt de Belgische regeling inderdaad vanaf. Toch bevat de regeling wel degelijk belangrijke elementen van een duale structuur. De overdraagbare bestuursbevoegdheid omvat het gehele operationele bestuur van de vennootschap en ook het toezicht van de raad van bestuur op de uitoefening daarvan is eigen aan de duale structuur.21 Feitelijk vervult de raad van bestuur nagenoeg de functie van een raad van toezicht, terwijl het directiecomité het eigenlijke management op zich neemt. Voorts is tekenend dat de Belgische wetgever de invoering van een directiecomité voor de SE met een monistische bestuursstructuur heeft verboden. Volgens de Belgische wetgever zou anders het nuttige effect van het dualistische stelsel komen te vervallen.22 Deze redenering suggereert dat de invoering van een directiecomité tevens tot een bepaalde mate van dualisme leidt. Al met al is de Belgische regeling inzake het directiecomité niet eenvoudig te kwalificeren als monistisch ofwel dualistisch. In de literatuur wordt daarom terecht wel gesproken van een imperfecte dualistische bestuursstructuur of een dualisme à la carte.23
Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Het bestuur van de BVBA is aan zaakvoerders opgedragen (art. 255 W.Venn.). De wet kent geen wettelijk minimum noch bijzondere kwalificatievereisten voor de zaakvoerders. De bevoegdheden van de zaakvoerders zijn beschreven in art. 257 W. Venn. Deze bepaling is in haast gelijkwaardige bewoordingen gesteld als de tekst van art. 522 W.Venn. dat de bevoegdheden van de raad van bestuur in een NV regelt. Essentieel verschil is dat in de NV de bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegdheid in beginsel collegiaal is, terwijl deze bevoegdheden in de BVBA aan iedere zaakvoerder afzonderlijk toekomen. Concreet betekent dit dat iedere zaakvoerder bevoegd is alle handelingen te verrichten die nodig zijn tot verwezenlijking van het doel van de vennootschap. Wel kunnen de statuten van de BVBA de bevoegdheid van de zaakvoerders beperken. Wat betreft overtredingen waaraan bepaalde zaakvoerders geen deel hebben gehad, geldt dat zij van aansprakelijkheid zijn ontheven indien hen geen schuld kan worden verweten en zij de overtredingen hebben aangekaard op de eerste algemene vergadering nadat zij er kennis van hebben gekregen (art. 263 W.Venn.). Binnen de BVBA kan geen algemeen bestuur worden ingesteld. Evenmin bestaat de mogelijkheid een directiecomité in te stellen. De Commissie De Grauwe rechtvaardigde dit onderscheid met de NV met verwijzing naar de vaak beperkte omvang van een BVBA.24 Deze zienswijze is niet van kritiek gespaard gebleven.25
Sinds 1 juni 2010 kent België de Starter-BVBA.26 Het gaat hier om een variant op de vertrouwde BVBA. Het belangrijkste voordeel van de Starter-BVBA is dat zij kan worden opgericht met een minimumkapitaal van € 1. Met de Starter-BVBA wordt beoogd het toenemende gebruik van buitenlandse vennootschappen zonder minimumkapitaal tegen te gaan.27 De bestuursstructuur alsmede de taken en bevoegdheden van de zaakvoerders van de Starter-BVBAwijken niet af van hetgeen geldt voor de reguliere BVBA.