Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.18:5.8.18 Strijdigheid met het communautaire recht
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.18
5.8.18 Strijdigheid met het communautaire recht
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649002:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse wet voorziet in de mogelijkheid om overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen. Deze mogelijkheid wordt als opmerkelijk beschouwd.1 De voornaamste reden die daarvoor wordt aangevoerd, is dat de communautaire wetgever geen faciliteiten heeft gegeven om reeds ontstane aansprakelijkheid te beëindigen. De vraag rijst of de mogelijkheid om de overblijvende aansprakelijkheid te kunnen beëindigen wel strookt met het communautaire recht.2 Hoewel de procedure omtrent de beëindiging van de aansprakelijkheid met waarborgen is omkleed en een almaar voortdurende aansprakelijkheid op praktische bezwaren stuit, kan evenwel worden geconcludeerd dat de mogelijkheid om overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen in strijd is met het communautaire recht.3
Betoogd wordt dat hoofdelijke aansprakelijkheid verdergaat dan een garantstelling en dat daarom het aspect van de hoofdelijke aansprakelijkheid dat is opgenomen in de Nederlandse vrijstellingsregeling binnen de grenzen van het communautaire recht past. Maar de mogelijkheid tot de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid zou ook als een behoorlijke versoepeling van de communautaire regeling kunnen worden gezien. Het communautaire recht verlangt een garantieverklaring en een garantieverklaring kan niet eenzijdig worden opgezegd. Anderzijds rept het communautaire recht niet over het voortbestaan van aansprakelijkheid na de beëindiging van de vrijstelling.