Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.10.3
2.10.3 In beginsel strakke regel
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298604:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wanneer de appellant in zijn memorie van grieven geen grief formuleert, dient de appelrechter hem ambtshalve niet-ontvankelijk te verklaren. Dit geldt ook als de appellant na een laatste peremptoir nog geen memorie van grieven indient. Hierop wordt slechts een uitzondering gemaakt in geval de appellant in zijn memorie van grieven verwijst naar de appeldagvaarding voor de grieven, in welk stuk geen grieven zijn opgenomen. In dat geval wordt de appellant een herkansing geboden, mits zich dat verdraagt met de eisen van een goede procesorde. Hierover: Snijders & Wendels 2009, p. 159-160; Ras & Hammerstein 2004, p. 30 (nr. 23).
Vgl. HR 18 oktober 2002, NJ 2003, 345, m.nt. Th.M. de Boer (S/Centrale Autoriteit), r.o. 3.4.
Snijders & Wendels 2009, p. 152.
Zie in dat verband ook artikel 347, lid 1 Rv en de overweging van de Hoge Raad daarover in r.o. 4.2.2 en 4.2.3 in zijn arrest van 20 juni 2008 (NJ 2009, 21 (Willemsen/NOM)).
Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 2009, p. 101-105 (nrs. 109-113), waar ook nog als voorbeeld wordt aangehaald, de situatie dat een appellant door toedoen van de geïntimeerde in een onjuiste voorstelling van zaken verkeert en als gevolg daarvan nalaat tijdig een grief in te dienen.
58
Kan de appellant in de loop van de appelprocedure met nieuwe grieven komen? Het antwoord hierop is in beginsel neen. Dat wordt aangeduid als ‘de in beginsel strakke regel’. Het is aan de appellant om al in zijn memorie van grieven al zijn grieven tegen de bestreden uitspraak te formuleren.1 Deze mogen overigens wel later in de procedure nader worden uitgewerkt.2 Grieven die later worden ingediend kunnen door de appelrechter buiten beschouwing worden gelaten, tenzij de geïntimeerde geen bezwaar heeft tegen het verbreden van de rechtsstrijd.3 De achterliggende gedachte achter deze ‘in beginsel strakke regel’ is – net als het grievenstelsel zelf – de vroegtijdige stroomlijning van het debat in appel.4 Bovendien moet de geïntimeerde erop kunnen vertrouwen dat zijn memorie van antwoord geen aanleiding geeft voor een uitbreiding van de rechtsstrijd.5
59
Er is een viertal uitzonderingen op deze regel. Deze regel gaat niet op in geval van:
een eisvermindering ex artikel 129 Rv;
de geïntimeerde stemt ondubbelzinnig in met het indienen van nieuwe grieven na de memorie van grieven;
het betreft een uitspraak waarvan meteen na het wijzen wijziging kan worden verzocht;
er kan in redelijkheid niet worden gevergd dat de grief eerder werd ingediend.6
Deze uitzonderingen kunnen worden verklaard vanuit het verdedigingsbeginsel of vanuit het efficiëntiebeginsel. Zo wordt een geïntimeerde bijvoorbeeld niet geraakt door eisvermindering maar wordt een appellant wel geraakt in de effectiviteit van zijn rechtsmiddel als hij een grief niet meer mag aanvoeren, die hij in redelijkheid niet eerder had kunnen aanvoeren.