Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.7.5
8.7.5 Vergunningen zijn persoonlijk en niet overdraagbaar
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949911:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:83 lid 3 BW luidt: “Alle andere rechten zijn slechts overdraagbaar, wanneer de wet dit bepaalt.” Art. 3:83 BW is opgenomen in Titel 4 “Verkrijging en verlies van goederen” van Boek 3 BW. Art. 3:1 BW bepaalt “Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten”. Art. 3:83 lid 1 BW betreft eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten. Met “andere rechten” worden dus in art. 3:83 lid 3 BW andere vermogensrechten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten bedoeld.
Zie over de overgang van vergunningen en subsidies Verheul, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2023/17, p. 141-151.
Kamerstukken II 2003/04, 29708, nr. 3, p. 56-57 en Kamerstukken II 2005/06, 29708, nr. 19, p. 427.
Boshuizen en Jager 2010, p. 111-112.
Boshuizen en Jager 2010, p. 235 (voetnoot 16).
Een vergunning van een verzekeraar heeft ook een geldelijke waarde. Zo’n vergunning kan daarom in privaatrechtelijke zin als een vermogensrecht worden gekwalificeerd.1 Art. 3:83 lid 3 BW regelt dat andere vermogensrechten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten2 slechts overdraagbaar zijn, wanneer de wet dit bepaalt.3 In art. 2:1 Wft is bepaald dat vergunningen verleend ingevolge de Wft “persoonlijk” en “niet overdraagbaar” zijn. Dat verklaart waarom bij een portefeuilleoverdracht de verkrijgende verzekeraar een vergunning (als hij deze nog niet heeft) of een vergunning voor extra branches moet aanvragen. De overdragende verzekeraar kan zijn vergunning of een vergunning voor een branche niet overdragen.
De parlementaire geschiedenis van de Wft suggereert dat deze wel overgaan in geval van een juridische fusie of juridische splitsing.4 Er wordt daarin gesteld dat art. 2:1 Wft alleen de verkrijging onder bijzondere titel betreft en dat er wel sprake is van overgang van de vergunning bij een overgang onder algemene titel, tenzij er wijzigingen “plaatsvinden in de activiteiten die door de rechtsopvolger worden verricht op de financiële markten – zodat de oorspronkelijke vergunning «de lading niet meer dekt»”. Boshuizen en Jager geven aan dat het een misverstand lijkt dat de vergunning bij een fusie onder algemene titel overgaat.5 In een later hoofdstuk vermelden zij expliciet dat de vergunning ook bij fusie en splitsing persoonlijk en niet overdraagbaar is.6 In het licht hiervan, en aangezien in art. 2:1 Wft expliciet staat dat de vergunning “persoonlijk” is, terwijl een beoordeling door DNB op basis van de geciteerde passage naar zijn aard subjectief is, verdient het aanbeveling in geval van een juridische fusie of juridische splitsing expliciet met DNB af te stemmen welke stappen moeten worden gezet en om die stappen dan te volgen. Bovendien denk ik dat wanneer de verkrijgende verzekeraar in één of meer extra branches gaat werken er strikt genomen altijd wijzigingen plaatsvinden in de activiteiten van de rechtsopvolger. Die moet immers zorgen voor acceptatieprocessen en claimbehandelingsprocessen voor de verzekeringen in die branche.
Het is daarom naar mijn mening nuttig dat alle drie de vragenformulieren van DNB (het aanvraagformulier portefeuilleoverdracht, het aanvraagformulier fusie en het aanvraagformulier splitsing) de vraag bevatten of de verkrijgende verzekeraar over de juiste branchevergunningen beschikt. Het lijkt mij dat DNB hiermee beoogt te voorkomen dat de verkrijgende verzekeraar over het hoofd ziet eventueel benodigde branchevergunningen aan te vragen of in geval van juridische fusie en juridische splitsing ten onrechte vertrouwt op de tekst in de parlementaire geschiedenis.