Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/9.2.1
9.2.1 Privaatrechtelijke rechtspersonen naar Nederlands recht
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180251:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Onder jaarrekening wordt op grond van artikel 2:361 lid 1 BW verstaan de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst-en-verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt. Voor coöperaties, 2:300-stichtingen en 2:49-verenigingen wordt de winst-en-verliesrekening vervangen door een exploitatierekening wanneer het in artikel 2:362 lid 1 BW bedoelde inzicht daarmee wordt gediend (artikel 2:361 lid 2 BW).
Artikel 2:49 BW voor de 2:49-vereniging, artikel 58 BW voor de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij, artikel 2:101 BW voor de naamloze vennootschap, artikel 2:210 BW voor de besloten vennootschap en artikel 2:300 BW voor de 2:300-stichting. Voor de niet-commerciële vereniging en de commerciële vereniging die niet onder Titel 9 Boek 2 BW vallen (artikel 2:360 lid 3 BW) geeft artikel 2:48 BW de verplichting om een balans en staat van baten en lasten met toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering voor te leggen. De term jaarrekening wordt in artikel 2:48 BW niet gebruikt.
De algemene vergadering is bevoegd te besluiten tot verlenging wegens bijzondere omstandigheden (artikelen 2:101 BW en 2:210 BW).
Dezelfde termijn geldt op grond van artikel 2:48 BW voor de niet-commerciële vereniging en de commerciële vereniging waarop Titel 9 Boek 2 BW niet van toepassing is.
Voor de 2:49-vereniging, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij is de algemene vergadering bevoegd een verlengingsbesluit te nemen wegens bijzondere omstandigheden (artikelen 2:49 BW en 2:58 BW). Voor de 2:300- stichting berust deze verplichting bij het in artikel 2:300 lid 3 BW bedoelde orgaan (artikel 2:300 BW).
In Boek 2 BW wordt aan het bestuur van privaatrechtelijke rechtspersonen naar Nederlands recht de verplichting opgelegd een jaarrekening1 op te maken.2 Voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap bedraagt de termijn waarbinnen de jaarrekening moet worden opgemaakt vijf maanden met de mogelijkheid van verlenging met vijf maanden.3 Voor de 2:49-vereniging,4 de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij en de 2:300-stichting geldt een termijn voor het opmaken van de jaarrekening van zes maanden met de mogelijkheid van verlenging met vier maanden.5