Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.1:5.1 Inleiding
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS566210:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het fiscale boeterecht speelt het pleitbare standpunt een belangrijke rol. Bij een pleitbaar standpunt kan een belastingplichtige volgens vaste jurisprudentie van de belastingkamer van de Hoge Raad namelijk zonder meer, ongeacht de subjectieve omstandigheden, redelijkerwijs menen juist te handelen. Dankzij de objectieve werking heeft een pleitbaar standpunt in het fiscale boeterecht tot nu toe steeds tot het ontbreken van opzet en grove schuld, zelfs tot het ontbreken van alle schuld en daarmee steeds tot straffeloosheid geleid, hoewel de belastingkamer van de Hoge Raad nooit expliciet heeft geoordeeld dat een pleitbaar standpunt onder alle omstandigheden objectieve werking heeft en daarmee tot straffeloosheid moet leiden. De strafkamer van de Hoge Raad daarentegen heeft in de tot nu toe beoordeelde zaken geen rol voor het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt gezien. Dat wil echter niet zeggen dat er geen ruimte is voor een rol voor het pleitbare standpunt in het fiscale strafrecht.
In dit hoofdstuk wordt onderzocht op welke principes het uitgangspunt in het fiscale boeterecht is gebaseerd dat een belastingplichtige bij een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt zonder meer redelijkerwijs kan menen juist te handelen en daarmee straffeloos kan blijven. Aan de hand van de gevonden principes beoog ik een beeld te vormen van een passende, door die principes gerechtvaardigde invloed van het pleitbare standpunt op de mogelijkheden om te beboeten en te bestraffen: zou het pleitbare standpunt, zoals op dit moment in het fiscale boeterecht het geval lijkt, inderdaad steeds objectieve werking moeten hebben en daarmee steeds tot straffeloosheid moeten leiden, of is, zoals in het fiscale strafrecht het geval lijkt, straffeloosheid slechts onder bepaalde omstandigheden gerechtvaardigd? In het volgende hoofdstuk zal, uitgaande van die passende invloed, een voorstel voor een eenduidige juridische behandeling van het pleitbaar standpunt verweer in het boete- en het strafrecht worden geformuleerd.
Dit hoofdstuk begint in paragraaf 5.2 met een bespreking van het eerste pleitbaar standpunt arrest. Aan dit arrest is een conclusie van A-G Van Soest voorafgegaan. In paragraaf 5.3 wordt deze conclusie besproken.
Vervolgens wordt in paragraaf 5.4 beschreven hoe het pleitbaar standpunt begrip en het gevolg daarvan, te weten automatische straffeloosheid, sinds 1984 door de rechter, de wetgever en de uitvoerder van de wet in het belastingrecht is verankerd.
In paragraaf 5.5 worden de principes besproken die naderhand, nadat het eerste pleitbaar standpunt arrest is gewezen, in de literatuur zijn genoemd om de rol van het pleitbaar standpunt begrip te rechtvaardigen. Voorts komt in paragraaf 5.5 de vraag aan de orde of de opkomst van het pleitbare standpunt in het belastingrecht verband houdt met het lex certa beginsel, het uit het legaliteitsbeginsel voortvloeiende gebod van scherpe normen.
Om de huidige invloed van het pleitbare standpunt in het fiscale boeterecht in perspectief te plaatsen, wordt in paragraaf 5.6 besproken welke invloed het pleitbaar standpunt begrip of een daarmee vergelijkbaar begrip in het fiscale straf- en boeterecht in Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten heeft op de mogelijkheden om een onjuiste belastingaangifte te bestraffen of te beboeten.
In paragraaf 5.7 wordt tot slot nader ingegaan op een passende, door de in dit hoofdstuk achterhaalde principes gerechtvaardigde, invloed van het pleitbare standpunt op de mogelijkheden om te beboeten en te bestraffen. Ik beëindig dit hoofdstuk in paragraaf 5.8 met een afsluiting.