Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/5.6.6:5.6.6 Conclusie
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/5.6.6
5.6.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499721:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
326. Hoewel de goede trouw zowel een inhoudelijke als een procedurele component wordt toebedeeld, is deze laatste component de meest geprononceerde. Gelet op de overwegend procedurele aard van de goede trouw en het type meegewogen omstandigheden, is de invloed op de UTCCR 1999-norm van de common law en de UCTA 1977 groot. De rol van de omstandigheden rond de totstandkoming van de overeenkomst is hierin van oudsher een doorslaggevende. Common law en UCTA 1977 wijzen in de richting van hypothesen 2b en 3a.1 De invloed van de common law en UCTA 1977 is evenwel slechts tot op zekere hoogte merkbaar: waar hypothese 3a in zowel literatuur als jurisprudentie breed wordt onderschreven is de concrete betekenis van hypothese 2b gering. In de meeste gevallen faalt2 of slaag3 het beding zowel voor de inhoudelijke als de procedurele toets en fungeert deze laatste toets dus niet als hamerslag. In het licht van de tabel uit par. 2.5.6 heeft de Engelse rechter een 'cumulatieve' opvatting van de toets. Opmerkelijk genoeg vindt ook hypothese 1 in haar verschillende varianten enige steun.