Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.5.2
4.5.2 De vergelijking met het wettelijk kader
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS494814:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een sanctie die in verband wordt gebracht met de `régime des nullités' en neerkomt op een partiële vernietigbaarheid die niet verjaart.
Zie bijv.: TGI Chambéry 4 februari 1997 (strijd met de huurwet); TGI Nanterre 4 februari 2004 (strijd met art. L.122-1 C.conso.); CA Versailles 20 mei 2005 (strijd met art. L. 113-1 Code des assurances).
TGI Grenoble 27 november 2003.
Zie bijv. op het terrein van het consumentenkrediet art. R.311-6 C.conso. Dit artikel luidt: `L'offre préalable de prêt prévue à l'article L. 311-8 comporte les indications figurant dans celui des modèles types annexés au présent code qui correspond à l'opération de crédit proposée. Cet acte doit être présenté de manière claire et lisible. II est rédigé en caractères dont la hauteur ne peut être inférieure à celle du corps huif.'
TI Vienne 14 maart 2003, CCC 2003, comm. 118: een boetebeding van 8% in een consumentenkredietovereenkomst is toegestaan (art. L.311-30 C.conso.) maar in combinatie met een zeer hoog doch eveneens toegestaan rentebeding kwam het totaal verschuldigde rentepercentage (22,44%) ruim drie procent boven de destijds geldende `seuil d'usure' woekerrente (19,04%) te liggen (art. L. 313-1-L. 313-6 C.conso.).
TI Roubaix 11 september 2003.
Lagarde 2006, nr. 10. Zie bijv. TGI Chambéry 4 februari 1997 (afwijking van art. 1731 Cc); Cass. Civ. februari 2005, nr. 01-16733, Bull. civ. 2005 I, nr. 60, p. 51 (omkering van de bewijslast ex art. 1315 Cc, verder ook schending van art. 1341 Cc en L.311-9 C.conso.).
Een exoneratiebeding veroorzaakte een `avantage excessif in vergelijking met art. 1789 Cc: Cass. Civ. 14 mei 1991, nr. 89-20999, Bull. civ. 1991 I, nr. 153, p. 101. Vgl. CA Versailles 20 mei 2005: 'La clause qui (...) assimile à des cas de force majeure des circonstances qui ne sont pas acceptées comme lelies par le droit positif est abusive en ce qu'elle éíend le domaine dans lequel le professionnel peut valablement se désengager de ses obligations.'
Vgl. TGI Grenoble 17 november 2003 (art. 1709, 1719 en 1728 Cc); CAVersailles 4 februari 2004 (art. 1148 Cc).
Cass. Civ. 1' 13 november 1996, nr. 94-17369, Bull. civ. 1996 I, nr. 399, p. 279.
In B2B-contracten wordt de contractuele afwijking soms toegestaan: CA Mines 20 februari 2003; CA Colmar 26 september 2006.
Stoffel-Munck 1999, nr. 448-449. Zie bijv. TGI Tours 11 februari 1993 (afwijking van art. 1732 Cc, 'oude' toets); TGI Chambéry 4 februari 1997 (afwijking van art. 1731 Cc); TGI Grenoble 3 juni 1996 (afwijking van art. 1724 Cc); TGI Parijs 10 oktober 2000 (afwijking van art. 1732 Cc); TGI Grenoble 2 december 2002 (afwijking van art. 1142 en 1144 Cc); CA Rennes 30 maart 2001 (afwijking van art. 1184 Cc).
Cass. Civ. 1' 1 februari 2005, nr. 05-19692, Bull. civ. 2005 I, nr. 64, p. 56 (overeenstemming met art. 10.1 Loi n065-557 du 10 juillet 1965 fixant le statut de la copropriété des immeubles bátis): 'la clause stipulée en conformité de ce texte ne peut revétir un caractère abusif ; CA Versailles 9 september 2009, nr. 07/05200 (art. L.121-84 C.conso.).
TGI Grenoble 31 januari 2002; TGI Nanterre 2 september 2003; CA Caen 13 maart 2008.
CA Versailles 15 september 2005 (m.b.t. art. 1134 Cc).
Alsmede in bepaalde typen overeenkomsten (op afstand van financiële producten: art. R.132-2-1 C.conso., consumentenkoop: art. R. 211-4 C.conso.) verboden bedingen.
Bij de omzetting zijn de twee zwarte bedingen uit dit decreet in art. R.132-1 en 132-2 C.conso. terechtgekomen. Deze bepalingen zijn vervolgens in de nieuwe decreten uit 2009 in de zwarte lijst opgenomen.
TGI Grenoble 27 november 2003; Cass. Civ. 1' 28 mei 2009, nr. 08-15802, Bull. civ. 2009 I, nr. 110.
TGI Grenoble 31 januari 2002.
'Sous réserve des dispositions législatives particulières, la clause compromissoire est valable dans les contrats conclus à raison d'une activité professionnelle.'
Fouchard 1995, nr. 2: `Selon la nouvelle loi, dans les contrats de consommation, la nullité de la clause compromissoire devient jacultative et relative.'
Een beding inhoudende de plicht voor een verzekerde in een conflict met zijn verzekeraar het bindende advies van een derde (een arts) in te winnen is o.g.v. zowel art. 2061 Cc als de inhoudstoets uitgeschakeld: TGI Parijs 18 oktober 1995.
TI Aix-en-Provence 24 juli 1996.
TGI Grenoble 7 september 2000.
Thiry-Duafte 1999, p. 302.
Bijv. TGI Grenoble 18 januari 1999, onder q en 10 juli 2000, onder 1; TGI Parijs 4 februari 2003, onder j.
CA Parijs 29 juni 2000 (diefstal uit kluisje waar een niet gezien bordje met exoneratie boven hing (onder i)); TI Rennes 21 november 2002, onder q.
TA Orléans 20 december 2002.
CA Parijs 12 oktober 2001, bevestigd in Cass. Civ. 1' 25 november 2003, nr. 01-18021, onder c van 'annexe' lid 2; TGI Parijs 9 november 2005, onder b van 'annexe' lid 2.
TI Périgueux 28 juni 2002: het prijswijzigingsbeding is niet oneerlijk omdat er sprake is van een opzeggingsrecht (onder 1 merkt dergelijke bedingen aan als oneerlijk wanneer dit recht niet wordt toegekend).
Dit direct afleiden van de oneerlijkheid uit de overeenstemming met de lijst bevreemdt niet, daar de in Frankrijk veel gebruikte balanstechniek (par. 4.5.3) gestalte heeft gegeven aan bepaalde definities (bijv. wanneer de afwezigheid van een wederkerig recht bepalend is): Cass. Civ. 1' 2 april 2009, nr. 08-11596, onder d van `annexe' lid 1.
In TGI Grenoble 1 maart 2010 wordt veelvuldig aan de nieuwe grijze en zwarte lijsten getoetst.
Dit zijn de bedingen die eerder door decreten waren verboden (incl. het door de Conseil d'État vernietigde artikel), onder i, n, j, k, 1, m, o, b, f en q van 'annexe' lid 1 (al dan niet gedeeltelijk) en een tweetal door de CCA zwaar bekritiseerde bedingen betreffende de opzegging van duurovereenkomsten.
Dit zijn onder c, d, e, g, p, j, k, 1 en q (al dan niet gedeeltelijk) van 'annexe' lid 1 en een tweetal door de CCA aangekaarte bedingen.
Sauphanor-Brouillaud 2009a, p. 5-6.
Raymond 2008, nr. 408: er is geen sprake van een `normativité de droit' maar van een `normativité de fait'.
TGI Parijs 21 november 1990 (`oude' toets); TGI Grenoble 17 november 2003; TGI Grenoble 1 maart 2010.
211. Anders dan art. 3 lid 1 richtlijn verwijst het Franse verstoringscriterium naar alle rechten en verplichtingen van de contractspartijen en niet slechts naar de rechten en plichten die voortvloeien uit de overeenkomst. Hierdoor ontstaat er binnen de toetsing aan art. L.132-1 C.conso. veel ruimte voor een vergelijking van het beding met het wettelijk kader, los van de overige inhoud van de overeenkomst. Die ruimte wordt verder vergroot doordat art. 1 lid 2 richtlijn niet is omgezet.
Algemene voorwaarden worden in Frankrijk met grote regelmaat aan de wet getoetst. De toetsing aan het verstoringscriterium behelst dan een formele toets. Bij die formele toets hoort vaak een andere sanctie dan die uit art. L.132-1. Een aanzienlijk verstorend beding is `réputée non écrite'.1 Strijd met dwingend recht of strijd met de openbare orde maakt een beding `illicite' (onwettig).2 De vaststelling van de `illicéité' is niet de enige formele toets die in het kader van art. L. 132-1 wordt uitgeoefend.3 Het Franse consumentenrecht kenmerkt zich door zijn 'formalisme'. Er bestaan vele wettelijke bepalingen ten aanzien van bijvoorbeeld de grootte van het te gebruiken lettertype of de duidelijkheid van de formulering (par. 4.4.2). Ook bestaan er verschillende `contrats-type' waarin standaard vervalbedingen of exoneraties zijn opgenomen.4 Aan de schending van een vormvoorschrift of een afwijking van de wettelijk voorgeschreven bedingen is een aparte sanctie verbonden (de déchéance des droits aux intérêts'). In geval van een `irrégularité formelle' wordt niettemin vaak de oneerlijkheidstoets en de bijbehorende sanctie toegepast. De afwijking door een (of een combinatie5 van) beding(en) van een vormvoorschrift veroorzaakt volgens de rechter een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen.6
212. Voor de vaststelling van het verstorende karakter van een beding is de vergelijking met het aanvullend recht van groot belang.7Het regelend recht weerspiegelt het ideale evenwicht tussen contractspartijen. De verstoring wordt afgeleid uit een vergelijking met de rechtstoestand die zonder het beding zou bestaan. Onder de loi Scrivener was er al veel aandacht voor de vergelijking van het beding met het regelend recht en de invloed van de 'oude' toetsingspraktijk is op dit punt duidelijk merkbaar.8 Het aanvullend recht vormt een belangrijk referentiekader bij de vaststelling van de verstoring. Een beding dat een mobieletelefonieabonnement op twaalf maanden stelt zonder mogelijkheid tot opzegging is oneerlijk (ondanks het feit dat de consument een toestel ontvangt als tegenprestatie). De consument wordt immers, in strijd met de wet, de mogelijkheid ontnomen om een beroep op overmacht te doen.9 Uit de Franse rechtspraak komt ook naar voren dat de door de wetgever gemaakte belangenafweging en de gedachten die aan het regelend recht ten grondslag liggen een rol spelen:
`(...) la clause (qui) 'est pas en contradiction avec les principes qui régissent la responsabilité civile (...) n 'a aucun caractère abusive.’10
`clause abusive' .11 Deze afwijking levert dan meteen een aanzienlijke verstoring van het evenwicht op die niet kan worden gerechtvaardigd (vgl. het 'gratis' toestel in bovengenoemd voorbeeld). Stoffel-Munck stelt dat in dit opzicht sprake is van een `ordre public supplétif , die een inbreuk vormt op het beginsel van contractsvrijheid waarop de Code civil is gebaseerd.12 Het aanvullend recht bepaalt het evenwicht tussen partijen daar waar partijen eigenlijk vrij zouden moeten zijn om ervan af te wijken.
Net als de afwijking, luidt de overeenstemming van het beding met dwingend13 maar ook aanvullend14 recht meestal direct het einde van de toets in. In de in de vorige alinea aangehaalde overweging is sprake van een dergelijke a contrario-redenering (het beding is niet in strijd met 'les principes qui régissent la responsabilité civile' dus geldig). Hoewel er uitzonderingen bestaan, 15 is de overeenstemming met de wet meestal voldoende om het beding als eerlijk aan te merken. Art. 1 lid 2 richtlijn is weliswaar niet in het Franse recht overgenomen maar zou, wanneer dit wel het geval was geweest, denk ik ruim worden opgevat (par. 2.3.4).
214. Onder de vergelijking met het wettelijk kader valt ook de vergelijking met de door de wetgever of regelgever opgestelde lijsten.16 Het Franse recht bevat van oudsher een aantal verboden bedingen. De in het decreet uit 1978 verboden bedingen17 worden onder de nieuwe regeling ter omzetting van de richtlijn nog steeds zonder meer als `abusive' aangemerkt.18 Omgekeerd zal een beding dat niet aan de definities uit het decreet voldoet, de toets moeiteloos doorstaan.19 Een ander van oorsprong zwart beding is het bindend advies- of arbitragebeding dat is opgenomen in een B2C-overeenkomst (art. 2061 Cc).20Ten tijde van de omzetting van de oneerlijkheidsnorm en het indicatieve onder q Europese lijst in het Franse recht werd ervoor gevreesd dat arbitragebedingen in B2C-contracten niet langer automatisch zouden worden uitgeschakeld.21 Een uitspraak waarin een arbitragebeding als eerlijk werd aangemerkt is mij echter niet bekend.22
De Franse wetgever heeft de Europese lijst in een 'annexe' bij art. L.132-1 C.conso. getiteld 'Clauses visées au troisième alinéa de l'article L. 132-1' omgezet. Deze lijst heeft na haar omzetting haar indicatieve en facultatieve karakter behouden. Een vergelijking met de 'annexe' is dus niet voldoende om een beding als oneerlijk te bestempelen. Volgens art. L. 132-1lid 3 dienen de bedingen op de lijst ook aan het aanzienlijke verstoringscriterium te voldoen (`si elles satisfont aux conditions posées au premier alinéa'). Voorbeeld vormt een uitspraak van de rechtbank van Aix-en-Provence uit 1996 waarin, in één van de overwegingen, naar onder d 'annexe' wordt verwezen.23 In deze uitspraak wordt slechts gebruikgemaakt van de argumentatieve waarde van de lijst en vormt het voorkomen van het beding hierop slechts één gezichtspunt bij de toets (naast i.c. de 'aard van de overeenkomst'). Ook een beding dat niet letterlijk voorkomt op de lijst kan alsnog aan de inhoudstoets worden onderworpen.24
In een rapport over de toepassing van de richtlijn in Frankrijk uit 1999 werd betreurd dat slechts één uitspraak 'direct' op de 'annexe' (onder b) was gebaseerd.25 Na 1999 komt het 'direct' uit de 'annexe' afleiden dat een beding oneerlijk is vaker voor, hoewel de 'annexe' geen zelfstandige rechtsgrond vormt. Vaak wordt het verstoringscriterium uit art. L.132-1 wel genoemd maar wordt dit criterium slechts ingevuld door de toetsing aan de definitie uit de lijst. Rechtstreekse uitschakeling op grond van de 'annexe' komt vooral voor bij de collectieve26 maar soms ook bij de individuele27 of bestuursrechtelijke toets.28 De aanwezigheid van de uitzonderingsgronden uit lid 2 richtlijnbijlage29 of van de in de lijst genoemde rechtvaardiging30 is andersom soms ook doorslaggevend.31
Er is tussen 1995 en 2009 niet op grote schaal aan de 'annexe' getoetst (terwijl hierin veel aandacht is voor de afwijkingen van aanvullend recht). Dit komt mogelijk door het indicatieve karakter van de lijst. De nieuwe lijsten zullen hier wellicht verandering in brengen.32Art. 86 Loi de Modernisation de l'Économie (LME) heeft art. L.132-1 C.conso. gewijzigd. In het nieuwe lid 2 en 3 wordt gesteld dat een decreet van de Conseil d'État per 1 januari 2009 in een zwarte en een grijze lijst moet voorzien. Op 20 maart 2009 is dit decreet gepubliceerd. Art. R.132-1 is uitgebreid en bestaat thans uit twaalf zwarte bedingen.33 Art. R. 132-2 C.conso. bevat tien grijze bedingen34 en in art. R. 132-2-1 C.conso. staan de uitzonderingen Het is niet duidelijk waarom bepaalde bedingen op de zwarte dan wel grijze lijst terecht zijn gekomen.35 Het tweede deel van onder q is bijvoorbeeld zwart gekleurd terwijl het eerste deel van onder q betreffende bedingen die de toegang tot de rechter belemmeren van een grijs tintje is voorzien.
215. Eerder werd reeds stilgestaan bij de aanbevelingen van de CCA die geen recht als zodanig vormen (par. 4.3.4) en het beste als 'normes non contraignantes' kunnen worden aangeduid.36 Net als de 'annexe' in de tijd dat zij slechts een indicatief karakter droeg, hebben de aanbevelingen een zuiver argumentatieve waarde. Er zijn mij geen uitspraken bekend waarin de rechter zich beperkt tot de toetsing aan een aanbeveling. Bij de vaststelling van de verstoring leggen aanbevelingen wel veel gewicht in de schaa1.37