Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.4.1
3.4.1 Een verbintenisscheppende rechtshandeling
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685438:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Par. 4.3 en hoofdstuk 8.
Zie bijv. Rb. Rotterdam 30 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2416 en Rb. Den Haag 11 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2058.
Par. 8.2-8.3.
Een eenzijdige uitlating moet worden uitgelegd aan de hand van art. 3:33 en art. 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van belang. Zie HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:819, NJ 2018/261, rov. 3.3.2 en HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:315 (Parkking c.s./Curator), rov. 3.3.2. De uitleg van een (bevoegdheden)overeenkomst geschiedt aan de hand van de Haviltex-maatstaf, die kan worden gezien als een toepassing van de wilsvertrouwensleer op meerzijdige rechtshandelingen, Driessen 2018, par. 2 met verwijzingen aldaar.
Zie bijv. HR 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:141, NJ 2020/60 (Fatale termijn en tekortkoming) voor het onderscheid tussen niet-nakoming en een tekortkoming.
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1957, NJ 2022/236, AB 2022/134 (Toezegging aanleg brug), rov. 3.2.1.
Om nakoming te vorderen is een verbintenis nodig. Een verbintenis is in de woorden van Sieburgh een ‘vermogensrechtelijke betrekking tussen twee of meer personen, krachtens welke de één jegens de ander tot een prestatie gerechtigd is en de ander jegens de één tot die prestatie verplicht is’.1
Wanneer een verbintenis in het leven wordt geroepen ontstaat zowel een recht als een daarmee overeenstemmende verplichting.2 Het recht uit de verbintenis is het recht om van de schuldenaar een prestatie te verkrijgen. De prestatie kan bestaan uit een geven, een doen of een niet-doen. Zoals we zullen zien, kan ook een eenzijdige, gerichte, toezegging een verbintenis doen ontstaan.3
Omdat eenzijdige toezeggingen niet gemakkelijk zijn aan te tonen,4 komt hun verbintenisscheppende karakter in rechtspraak en literatuur niet altijd naar voren. In geval van eenzijdige toezeggingen ligt de grootste horde voor een succesvolle vordering in het bewijzen dat een overheidsuitlating moet worden aangemerkt als een bindende rechtshandeling. Een nadere lezing van een overheidsuitlating leert vaak dat niet kan worden gesproken van een resultaatgerichte toezegging waaraan het gerechtvaardigd vertrouwen kon worden ontleend dat een overheid op een bepaalde wijze zal handelen.5
Indien een burger meent dat een overheid haar civielrechtelijke verplichtingen niet nakomt, kan hij een procedure aanhangig maken. In die procedure moet dan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van een schending in de nakoming van een verbintenis. Om tot een schending te komen is, nadat is vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige rechtshandeling, nodig om te bepalen wat partijen exact zijn overeengekomen of wat is toegezegd.6 Pas nadat de inhoud van de verbintenis is vastgesteld, kan een rechter tot de conclusie komen dat een partij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen.
Voor een vordering uit wanprestatie moet sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (artikel 6:74 lid 1 BW).7Van tekortkomen in de nakoming van een verbintenis is sprake indien hetgeen de schuldenaar (niet, niet tijdig of ondeugdelijk) verricht in enig opzicht achterblijft bij wat de verbintenis vergt. Voor een tekortkoming moet de schuldenaar in verzuim verkeren, hetgeen het geval is als de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden (artikel 6:81 BW). In de regel is voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling nodig, een schriftelijke aanmaning waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft (artikel 6:82 lid 1 BW). In de in artikel 6:83 BW omschreven gevallen is geen ingebrekestelling nodig. In de in artikel 6:80 BW omschreven gevallen kunnen de gevolgen van een tekortkoming intreden voordat sprake is van een opeisbare verbintenis. Daarnaast zijn buitenwettelijke uitzonderingen aangenomen op de verplichting tot het sturen van een ingebrekestelling.8
Nakoming van verbintenissen staat in het civiele recht dus voorop. Sprake is van een nakomingsverplichting. Een overheid kan zich om aan die verplichting te ontkomen mogelijk beroepen op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid wegens bijvoorbeeld gewijzigde omstandigheden.9