Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/6.5.5.2.1:6.5.5.2.1 Inleiding; niet doel maar mogelijkheid gebruik beslissend criterium
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/6.5.5.2.1
6.5.5.2.1 Inleiding; niet doel maar mogelijkheid gebruik beslissend criterium
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500732:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De nemo tenetur-zaken ná Funke waarin (ook) sprake is van samenloop van toezichts- en strafonderzoek (vgl. J.B., Shannon en Marttinen), zijn aanleiding te vermoeden dat het doel van de gevorderde medewerking niet het enige criterium is voor de beoordeling of de autoriteiten de informatie van de verdachte vorderen in de context van een strafprocedure, althans dat deze strafcontext (zeer) ruim moet worden uitgelegd. Het EHRM lijkt in die zaken vooral belang te hechten aan de enkele mogelijkheid ofwel het risico dat de gevorderde medewerking (verklaringen, materiaal) (mede) kan worden gebruikt voor het bewijs van de criminal charge. Het doel van de informatievordering lijkt niet of nauwelijks een rol te spelen. Dit geldt zowel voor zaken waarin toezicht en vervolging in één hand zijn (zie § 6.5.5.2.2) als zaken waarin toezicht en vervolging aan verschillende autoriteiten zijn toebedeeld (§ 6.5.5.2.3). Zuivere controle is wel toegestaan (vgl. Saunders).1