Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.4:3.4 Spiegeling van art. 6:212 BW aan zaaksvervanging
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.4
3.4 Spiegeling van art. 6:212 BW aan zaaksvervanging
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625375:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De vervanging bij het fideicommis zou men als uitzondering kunnen zien, nu de verwachter nog geen daadwerkelijke goederenrechtelijke aanspraak heeft tot het moment dat de eerste verkrijger overlijdt.
Zie EK 2004-2005, 28 874 E, onder 18.
Zie ook Langemeijer 1927, p. 144; Slagter 1968, p. 52; Dirix 1993, p. 273.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
82.
De toepassingen die in het tweede hoofdstuk zijn geschetst, tonen aan dat zaaksvervanging brede toepassing heeft gevonden in het burgerlijk recht. Deze diversiteit lijkt in de weg te staan aan het achterhalen van een gemeenschappelijke doelstelling, maar een rode draad ontbreekt niet. In vrijwel alle gevallen draait het om bescherming van een goederenrechtelijke positie in situaties waarin een recht zonder toepassing van zaaksvervanging teniet zou gaan.1 Zaaksvervanging is door haar remediërende karakter een beschermingsinstrument.
Bij vruchtgebruik is het de hoofdgerechtigde (eigenaar) die geholpen wordt wanneer zijn recht dreigt te verdwijnen door bijvoorbeeld beschikkingshandelingen verricht door de beperkt gerechtigde. Bij andere beperkte rechten treft men het spiegelbeeld aan. De beperkt gerechtigde wordt beschermd in gevallen waarin het object van zijn recht wordt aangetast en de hoofdgerechtigde op grond van de hoofdregels van het burgerlijk recht een onbezwaard vervangend goed verkrijgt. Fusie of splitsing van een onderneming waarvan de aandelen zijn bezwaard met een beperkt recht, deert de beperkt gerechtigde niet. De eigenaar van het heersende erf behoudt zijn erfdienstbaarheid wanneer het dienende erf wijzigingen ondergaat en de pand- en hypotheekhouder behouden hun zekerheidsrecht en de daarbij behorende voorrang bij verhaal als het zekerheidsobject tenietgaat. Hetzelfde geldt bij voorrechten. De positie van de bevoorrechte schuldenaar wordt door middel van zaaksvervanging voortgezet, zodat aantasting van het object van zijn voorrecht zijn verhaalspositie niet op negatieve wijze beïnvloedt. Bij de financiëlezekerheidsovereenkomst wordt de pandhouder beschermd, doordat zijn zekerheidsrecht blijft bestaan zonder dat dit opnieuw wordt gevestigd, nu de levering van vervangende goederen volgens de parlementaire geschiedenis bij wijze van zaaksvervanging leidt tot een pandrecht voor de pandhouder.2
Ook in de gevallen waar zaaksvervanging een rol speelt bij het behoud van vermogens, draait het in wezen om bescherming van de betrokkenen. In het huwelijksvermogensrecht biedt zaaksvervanging bescherming door de verhouding tussen gemeenschappelijk vermogen en eigen vermogen te bewaken. Het feit dat echtgenoten een gelijkwaardige positie hebben ten aanzien van het gemeenschappelijk vermogen, of alleen gerechtigd zijn tot hun eigen vermogen, betekent immers niet dat zij geen wederzijdse bescherming nodig hebben. Wanneer goederen worden verkregen, moeten deze tot het vermogen gaan behoren waaruit de verkrijging is gefinancierd, zodat recht wordt gedaan aan de oorspronkelijke verhoudingen. Het door toepassing van zaaksvervanging voorkomen van een te grote zuigende werking van het gemeenschappelijk vermogen is een manier om het eigen vermogen van (een van) de echtgenoten in stand te houden en daarmee is het een manier om de echtgenoten te behoeden voor een niet te billijken toename van het gemeenschappelijk vermogen en een verrijking van de andere echtgenoot.3
De gedachte achter de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking komt in een aantal opzichten overeen met die achter zaaksvervanging.4 Ook daarbij staat immers bescherming voorop. Om deze reden is het interessant om de vereisten die aan de toepassing van art. 6:212 BW worden gesteld nader te beschouwen en waar mogelijk te vertalen naar situaties waarin zaaksvervanging kan worden toegepast. Een schadevergoedingsvordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking vereist dat in een situatie sprake is van een verrijking bij de een, een daarmee samenhangende verarming bij de ander en het ontbreken van een rechtvaardiging hiervoor. Bij zaaksvervanging staat weliswaar het voorkomen van verrijking voorop, maar daarmee zijn de potentiële verrijking, verarming en de rechtvaardiging voor het voorkomen hiervan mede van belang.
3.4.1 Verrijking3.4.2 Verarming3.4.3 Verband verrijking en verarming3.4.4 Ongerechtvaardigd