Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.5.3:2.3.5.3 Inbreukprocedure
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.5.3
2.3.5.3 Inbreukprocedure
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291679:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 251.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een lidstaat de op hem rustende verplichtingen op grond van de Btw-richtlijn of Btw-uitvoeringsverordening niet is nagekomen, kan de Europese Commissie – na een precontentieuze procedure – een inbreuk- of infractieprocedure aanhangig maken bij het Hof van Justitie (art. 258 VWEU). Het Hof van Justitie zal in dat geval een oordeel vellen over de vraag of een lidstaat inderdaad zijn unierechtelijke verplichtingen niet is nagekomen. Beantwoordt het Hof van Justitie die vraag bevestigend dan is de lidstaat gehouden zo spoedig mogelijk de maatregelen te treffen om een einde te maken aan de vastgestelde inbreuk op het unierecht (art. 260 lid 1 VWEU). Laat een lidstaat dit na dan riskeert de lidstaat een forfaitaire som (een boete) en/of een dwangsom (art. 260 lid 2 VWEU).1