Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/7.5.3:7.5.3 Invloed op materiële betrokkenheid
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/7.5.3
7.5.3 Invloed op materiële betrokkenheid
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Voorlichting Raad van State 2013, p. 12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het parlement een laatste stem heeft over de vaststelling van de begroting is de rol van het parlement bij de besluitvorming over de begroting een meer controlerende geworden in het licht van het Europees economisch bestuur, ten koste van zijn medebestemmende rol.1 Het Europees economisch bestuur heeft dan ook grote invloed op de materiële betrokkenheid van het parlement bij de besluitvorming over de begroting. De ruimte om beslissingen te nemen over de begroting wordt aanzienlijk ingeperkt en discussies over het begrotingsbeleid verplaatsen zich voor een groot deel naar Europees niveau, terwijl het parlement hierover geen beslissende stem heeft. Het parlement is bij de vormgeving van dit beleid alleen betrokken via de controle van de minister in de Raad. De mogelijkheid om wezenlijke invloed uit te oefenen op de besluitvorming over de begroting in het licht van het Europees economisch bestuur is dan ook deels onttrokken aan het parlement, ten gunste van de Europese instellingen en de regering.
Daarnaast is de uitoefening van het budgetrecht door de begrotingsregels, de beslissingen die hieruit voortvloeien en de budgettaire tijdlijn zowel inhoudelijk als procedureel strak omlijnd waardoor de uitvoering ervan een meer procedureel karakter krijgt.