Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.10.5
2.10.5 Aanvullen van rechtsgronden in appel
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304567:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Snijders & Wendels 2009, p. 222. De vordering in eerste aanleg zal normaliter het referentiekader vormen, maar dit kan door de appeldagvaarding ingeperkt worden.
HR 9 juli 2004, NJ 2006, 19 (H/A), r.o. 3.5; HR 31 mei 2002, NJ 2003, 344, m.nt. Th.M. de Boer (Universal Services/Balunan), r.o. 3.3.3. Vgl. eveneens: Hovens 2005, p. 239-241.
Snijders & Wendels 2009, p. 218; Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 2009, p. 150-151 (nrs. 171-172); Ras & Hammerstein 2004, p. 31 (nr. 24); HR 13 september 2002, NJ 2002, 597 (Vroon/Compagnie forestière de l’Indenie).
62
In appel geldt net als in eerste aanleg het verbod op het ultra petita beslissen. Verder mag de appelrechter geen feitelijke gronden aanvullen.1 Binnen de rechtsstrijd in appel – de grieven en het petitum in combinatie met andere door de devolutieve werking van het appel aan de rechter voorgelegde stellingen – dient de appelrechter op basis van artikel 25 Rv wel de rechtsgronden aan te vullen. Aangezien de appelrechter gebonden is aan niet-bestreden onderdelen van het vonnis in eerste aanleg, kan hij gebonden zijn aan bepaalde rechtsgronden, zelfs als hij zelf een ander oordeel zou zijn toegedaan.2
Het grievenstelsel maakt wel dat de gevolgen van de artikelen 23 tot en met 25 Rv in appel anders uitpakken dan in eerste aanleg. Zo kan de rechter in eerste aanleg buiten de rechtsstrijd treden om de toepassing van rechtsgronden van openbare orde te verzekeren. In appel kan dat niet. De appelrechter kan wel toepassing geven aan rechtsgronden van openbare orde, maar kan dit slechts doen binnen de grenzen van de rechtsstrijd in appel. Kortom, als het petitum, de grieven en de daaraan ten grondslag gelegde feitelijke gronden voldoende aanknopingspunten bevatten voor de toepassing van een rechtsgrond van openbare orde, dan kan de appelrechter daartoe over gaan. Hoewel aanvulling van rechtsgronden van openbare orde dus slechts binnen de rechtsstrijd kan plaatsvinden, kan de appelrechter na aanvulling van die rechtsgronden wel buiten de grieven om vernietigen.3 Dat betekent dat niet een van de grieven hoeft te slagen om tot vernietiging te kunnen overgaan, mits de aan de ingestelde grieven ten grondslag gelegde gegevens deze vernietiging buiten de grieven om rechtvaardigen.