Privacyrecht is code
Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.5.7:2.5.7. Verzet
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/2.5.7
2.5.7. Verzet
Documentgegevens:
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS580001:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Blarkom, Borking & Olk, 2003, p. 256.
Kuner, 2007, p. 308.
PbEG 2000, L 178/1.
Article 29 Working Party WP 159 Opinion 1/2009 on the proposals amending Directive 2002/58/EC on privacy and electronic communications (e-Privacy Directive). http://ec.europa.eu/justice_home/fsj/privacy/docs/wpdocs/2009/wp159_en.pdf.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit realisatiebeginsel is terug te voeren op het in 2.3.3 besproken beginsel van gecontroleerde verspreiding. Verzet is geregeld in artikel 14b van 95/46/EG en voor geautomatiseerde besluiten zie Artikel 15.1 van 95/46/EG. De Richtlijn 95/46/EG kent aan het individu het recht toe om bezwaar te maken tegen de verzameling en verwerking van zijn persoonsgegevens in verband met persoonlijke omstandigheden (relatief verzet) en bij direct marketing (absoluut verzet). Van alle in dit hoofdstuk vermelde wet- en regelgeving, kent alleen de DPD zo'n duidelijk verzetsrecht voor het desbetreffende individu. Deze Richtlijn beschermt de betrokkene vooral bij direct marketing door een opt-in handeling van het individu te vereisen. Komt die niet, dan mogen de verkregen data niet worden gebruikt. Mocht de verzameling via een website plaats vinden dan mag een `fust-in-time-click-through agreement' worden aangewend voor het vastleggen van de toestemming voor het gebruik binnen het opgegeven doel van de direct marketing.1 Het individu heeft eveneens de mogelijkheid verzet aan te tekenen tegen het feit dat hij onderworpen is aan een besluit, waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden. Het gaat dan om een besluit dat het gevolg is van een geautomatiseerde beslissing (bijvoorbeeld door data mining), die aspecten van zijn persoonlijk leven betreffen.
Wat betreft het recht tot verzet bij direct marketing ziet het er naar uit dat artikel 13(4) in Richtlijn 2002/58/EG zal worden gewijzigd. Dit en andere wijzigingsvoorstellen zijn in behandeling bij het Europese Parlement.2
De wijzigingstekst luidt: "In any event, the practice of sending electronic mail for the purposes of direct marketing disguising or concealing the identity of the sender on whose behalf the communication is made, or in contravention of Article 6 of Directive 2000/31/EC (richtlijn inzake elektronische handel),3 or without a valid address to which the recipient may send a request that such communications cease, or encouraging recipients to visit websites that contravene Article 6 of Directive 2000/31/EC, shall be prohibited". Er is ook een nieuw lid 6 van artikel 13 voorgesteld met de tekst: "Without prejudice to any administrative remedy for which provision may be made, inter alia, under Article 15a(2), Member States shall ensure that any natural or legal person adversely affected by infringements of national provisions adopted pursuant to this Article and therefore having a legitimate interest in the cessation or prohibition of such infringements, including an electronic communications service provider protecting its legitimate business interests, may bring legal proceedings in respect of such infringements. Member States may also lay down specific rules on penalties applicable to providers of electronic communications services which by their negligence contribute to infringements of national provisions adopted pursuant to this Article."4