Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.5.1:6.5.1 Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.5.1
6.5.1 Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS451598:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 27 juni 2000, nr. 27 417/95 (Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk), par. 62.
EHRM 27 juni 2000, nr. 27 417/95 (Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk), EHRC 2000/66, m.nt. J. H. Gerards; AB 2001, 116, m.nt. B.P. Vermeulen
EHRM 27 juni 2000, nr. 27 417/95, EHRC 2000/66, m.nt. J. H. Gerards; AB 2001, 116, m.nt. B.P. Vermeulen, par. 73-78 (Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De enige zaak waarin het EHRM zich heeft uitgesproken over ritueel slachten is de zaak Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk. In deze zaak klaagt de organisatie Cha’are Shalom Ve Tsedek onder andere dat haar godsdienstvrijheid is geschonden door de Franse staat omdat deze het haar leden niet toestaat om op grond van een eigen interpretatie van religieuze voorschriften, ritueel te slachten.1 In Frankrijk mag onverdoofde rituele slacht enkel plaatsvinden door slachters met een vergunning van de minister van Landbouw. De erkenning die nodig is voor de verlening van die vergunning heeft het Franse ministerie ten aanzien van de joodse gemeenschap uitbesteed aan ACIP (Association Consistoriale Israélite de Paris), een joodse organisatie die de meerderheid van de joden in Frankrijk vertegenwoordigt. De organisatie Cha’are Shalom Ve Tsedek is van mening dat de controles op en de wijzen van de slacht die de ACIP voorstaat, niet geheel voldoen aan de joodse religieuze voorschriften. Hierdoor kan volgens Cha’are Shalom Ve Tsedek het vlees dat geslacht werd door slagers die van deze instellingen een vergunning hebben gehad niet door haar orthodoxe joodse achterban (ongeveer 50 000 personen) geconsumeerd worden. Om die reden wil Cha’are Shalom Ve Tsedek zelf een eigen vergunningenstelsel tot stand brengen op grond waarvan orthodoxe joden er zeker van zouden kunnen zijn dat het vlees dat zij consumeren voldoet aan de strengste joodse religieuze voorschriften (het zogenaamde ‘glatt’vlees). Dit verzoek wordt echter door de Franse staat geweigerd.2 De Franse staat voert als verweer aan dat hoewel hij erkent dat voedselvoorschriften onderdeel uitmaken van religieuze regels van het joodse geloof, dit niet de consequentie kan hebben dat joden zelf moeten kunnen deelnemen aan de rituele slacht van dieren die zij eten. Verder stelt hij dat het weigeren van een vergunning (erkenning van die specifieke vorm van ritueel slachten) alleen dan invloed zou hebben op het religieus belijden van joden indien er voor deze joden geen alternatieve wijzen openstonden voor het verkrijgen van dit ‘glatt-vlees’. Dit is volgens de Franse staat niet het geval nu deze joden dit vlees bij hun slager konden kopen nadat het was geïmporteerd uit België.
Het EHRM overweegt dat ritueel slachten een religieuze ‘rite’ is, die ten doel heeft om joden te voorzien van vlees dat voldoet aan de joodse religieuze voorschriften, en die kan worden gekenmerkt als een essentieel onderdeel van de joodse godsdienst. Daarmee valt volgens het EHRM ritueel slachten onder het bereik van artikel 9 EVRM. Net als de Franse staat stelt het EHRM echter dat het in het algemeen belang is om te voorkomen dat er ongereguleerde rituele slacht plaatsvindt. Het is volgens het EHRM dan ook niet in strijd met de godsdienstvrijheid dat de Franse staat in 1980 een vergunningstelsel heeft ingesteld dat gereguleerd wordt door één instantie die kan gelden als representatief voor de meerderheid van de joden in Frankrijk.3 Vervolgens overweegt het EHRM dat er wel sprake zou zijn van een schending van de godsdienstvrijheid van orthodoxe joden indien hun vanwege de illegaliteit van het uitvoeren van de door hen gewenste wijze van rituele slacht, de mogelijkheid zou worden ontnomen om ritueel geslacht vlees te verkrijgen. Maar dit is volgens het EHRM niet het geval. Orthodoxe joden kunnen gemakkelijk Belgisch ‘glatt’-vlees verkrijgen. Het EHRM stelt dat het recht op de vrijheid van godsdienst niet zo ver strekt dat hieruit ook het recht kan worden afgeleid om in persoon deel te nemen aan de uitvoering van een rituele slacht en het aansluitende certificatieproces. Het EHRM komt tot de slotsom dat, aangezien er geen sprake is van een schending van de vrijheid van godsdienst onder artikel 9 EVRM, ook de noodzakelijkheidstoets van artikel 9 lid 2 EVRM achterwege kan blijven.