Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.9:4.9 Duits recht
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.9
4.9 Duits recht
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS495383:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Duitse recht kan geen rechtsvormwijziging van of in een stichting plaatsvinden. Dat is opvallend aangezien de regeling met betrekking tot rechtsvorm-wijziging zo uitgebreid in het Duitse recht is vastgelegd. Daarvoor zijn in elk geval twee redenen te noemen. Allereerst de aard van de wettelijke regeling en daarnaast de problematiek van het beklemde vermogen.
Vanuit het onderscheid tussen het Nederlandse rechtspersonenrecht en het Duitse ondernemingsrecht is het niet verwonderlijk dat de Duitse regeling niet van toepassing is op stichtingen. Een stichting wordt in Duitsland gezien als een rechtssubject zonder eigendom.1 Het is een organisatievorm die met een bepaald daartoe bestemd vermogen een bepaald doel wenst te bereiken. Daar komt bij dat in de rechtsvorm geen controlemechanismen zijn ingebouwd. Een stichting heeft geen deelnemers of gerechtigden.2 Een stichting voert naar haar aard geen onderneming en leent zich dus niet voor de rechtsfiguur rechtsvormwijziging.
Een andere reden voor het niet kunnen wijzigen van rechtsvorm van of in een stichting ligt in de problematiek van het beklemde vermogen. Het doelvermogen ziet men in Duitsland als een niet te nemen obstakel. In het Duitse recht heeft men daaruit de consequentie getrokken dat een dergelijke variant van rechtsvormwijziging niet mogelijk geacht moet worden.3
Dat probleem is in het Nederlandse recht ook gesignaleerd maar opgelost door middel van rechterlijke tussenkomst waardoor het beklemde vermogen niet (zonder meer) anders dan in overeenstemming met het doel van de (vroegere) stichting mag worden aangewend. Door introductie van rechterlijke machtiging voor rechtsvormwijziging van of in een stichting en rechterlijke toestemming voor het besteden van het vermogen van de stichting in afwijking van het doel van de stichting, is aan deze problematiek aandacht besteed. Voor de situatie in Nederland betekent dit dat rechtsvormwijziging van een stichting op problemen kan stuiten vanwege de vermogensklem.