Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.4
1.4 Probleemstelling
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS374609:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien de erkennings- en tenuitvoerleggingsregelingen van het EEX-Verdrag en het EVEX-Verdrag in beginsel gelijk zijn, zal voortaan slechts naar de bepalingen van het EEX-Verdrag worden verwezen.
Zie art. 2 lid 4 Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening (Stb. 2003, 290).
Kropholler (2004), p. 28.
W. Kennett, 'Enforcement: General Report', in: M. Storme (ed.), Procedural Laws in Europe: Towards harmonisation, Antwerpen: Maklu 2003, p. 81-111 (i.h.b. p. 94 e.v.). Zie ook Yessiou-Faltsi (2004), p. 213-248.
Pb EG C 12 van 15 januari 2001, p. 5.
De Betekening in het buitenland en De Europese Titel, Colloquium met steun van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, Arnhem: Gouda Quint 1996. De mogelijkheid van de invoering van een EET-regeling resp. van een verdere vereenvoudiging van het erkenningsregime van het EEX-Verdrag is reeds in 1992 geopperd tijdens de jaarvergadering van de Chambre Nationale de Huissiers de Justice (L'EUROPE DE 1993: LAJUSTICE OUBLIÉE ou Economie et Justice: une nécessaire harmonie, 20e Congrès National des Huissiers de Justice, Bordeaux, Mai 1992). Zie over dit voorstel en voor achtergronden P. Vlas, 'Naar vrijer verkeer van vonnissen in Europa', in: S.CJJ. Kortmann e.a., Op recht, bundel opstellen aangeboden aan prof. mr. A.V.M. Struycken ter gelegenheid van zilveren ambtsjubileum aan de KUN, Zwolle: Tjeenk Willink 1996, p. 403-416. Zie ook P. Vlas, 'Simplification of the European Enforcement Procedure', Tidskrif utgiven av juridiska Fbreningen i Finland 1997, p. 304-316.
Onder het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie (januari tot en met juni 1997) zijn eveneens de mogelijkheden van de invoering van een EET-procedure onderzocht. De door een werkgroep van experts gedane voorstellen zijn onder andere tijdens het seminar 'Possibilities for European Enforcement' onder de auspiciën van het Finse ministerie van Justitie in Helsinki besproken. Zie Possibilities for European Enforcement, 17 en 18 maart 1997, Ministry of Justice (0ikeusministerië), Helsinki.
Zie over de gevolgen van de te late betalingen: Ali Cem Budak, Making Foreign People Pay, Hampshire: Ashgate Publishing Company Limited 1999.
Vgl. art. 2 lid 1 Richtlijn Rechtsbijstand (Pb EG Pb EG L 26 van 31 januari 2003, p. 41). Overeenkomstig deze bepaling is onder andere sprake van een grensoverschrijdend geschil wanneer een partij haar woonplaats in een andere lidstaat heeft dan de lidstaat waar een beslissing ten uitvoer moet worden gelegd. Zie nader over deze richtlijn paragraaf 4.9.
Zie bijv. art. 2 lid 1 Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening.
Resp. art. 31 EEX-Vo (vgl. art. 24 EEX-Verdrag) en art. 47 EEX-Vo (vgl. art. 39 EEX-Verdrag). Deze artikelen bepalen slechts dat er voorlopige dan wel conservatoire maatregelen overeenkomstig het nationale recht getroffen kunnen worden. Zie nader over de bewarende maatregelen die overeenkomstig het nationale recht van de lidstaten onder de EEX-regeling getroffen kunnen worden B. Hess, On Making more efficient the Enforcement of Judicial Decisions within the European Union: Attachment of a Debtor's Assets, 12 mei 2003, JAI/A3/2002/02.
Conclusies van Tampere, nr. 33.
Zie over het beginsel van vrij verkeer van vonnissen in de EU, in het bijzonder onder de EEX-regeling: IA. Ponder, E. Burg, EU Principles on Jurisdiction and Recognition and Enforcement of Judgments in Civil and Commercial Matters according to the case law of the European Court ofJustice, The Hague: T.M.0 ASSER PRESS 2004, p. 27-44.
M. Storme, 'Naar een Europese Titel', in: P. Vlas (red.), De Betekening in het buitenland en De Europese Titel, Arnhem: Gouda Quint 1996, p. 46. Volgens deze schrijver kan het geven van een vonnis onder het vrij verkeer van diensten vallen.
Voor het verkrijgen van een vonnis dienen wel proceskosten te worden betaald. Het geven van een vonnis door de rechter is niet een economische activiteit, want zij is niet gericht op het maken van winst.
Conclusies van Tampere, nr. 5.
Preambule bij het EEX-Verdrag. Zie over het belang van het EEX-Verdrag A.V.M. Struycken, Naar eenheid van rechtsbedeling in Europa, oratie KUN, Deventer: Kluwer 1971.
M. Storme, loc. cit. Zie ook Possibilities for European Enforcement (1997).
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gewezen op de Richtlijn 2000/35/EG ter bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties. Zie ook Conclusies van Tampere, nr. 30. Eveneens kan gedacht worden aan het voorstel van de Commissie-Storme inzake de invoering van een Europees Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Trb. 1966, 91 (Engelse en Franse taalversie); Trb. 1969, 55 en 210 (Nederlandse vertaling).
Pb EG C 261 van 27 augustus 1997 (Trb. 1997, 253). Het verdrag is door de lidstaten van de Europese Unie op 26 mei 1997 gesloten. De inwerkingtreding van het verdrag is als gevolg van de 'communautarisering' van de materie van de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving door de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam uitgebleven. Zie Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EG-Betekeningsverordening, aant. 1.
Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken, Pb EG L 160 van 30 juni 2000, p. 37. Zie ook paragraaf 2.6 e.v.
De EEX-Verordening en het EEX-Verdrag hebben het erkennings- en tenuitvoerleggingsregime in de staten die gebonden zijn aan deze instrumenten, aanzienlijk vereenvoudigd.1 Ingevolge deze regelingen is het nog steeds noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing2 een exequatur te verkrijgen van de rechter van de staat alwaar de rechterlijke beslissing ten uitvoer moet worden gelegd. De regelingen zelf geven geen regels voor de procedure betreffende de exequaturverlening. De procedurele formaliteiten worden ingevolge art. 40 lid 1 EEX-Vo en art. 33 EEX-Verdrag aan het nationale recht van de betrokken staten overgelaten. Het betreft bijvoorbeeld de regels omtrent de verplichte procesvertegenwoordiging, de kosten en de verplichte vertaling van de ten uitvoer te leggen beslissing. In sommige van de bij deze regelingen aangesloten staten is het inschakelen van een advocaat dan wel procesgemachtigde voor het verkrijgen van een exequatur overeenkomstig de EEX-regeling niet noodzakelijk; in andere staten, zoals bijvoorbeeld in Nederland, is dit soms wel het geval3. Aangezien de instrumenten geen regeling omtrent de kosten van de procedure bevatten, dient voor dit aspect eveneens het nationale recht te worden geraadpleegd, net als voor de beantwoording van de vraag of de ten uitvoer te leggen rechterlijke beslissing in de taal van de staat waar de tenuitvoerlegging zal plaatsvinden, moet worden vertaald. Aan art. 40 lid 1 EEX-Vo en art. 33 EEX-Verdrag is in de betrokken staten verschillend uitwerking gegeven. Niet in alle staten bestaat een uitvoeringswet. In sommige landen ontbreekt zelfs een nadere uitwerking in het nationale procesrecht.4
De verschillen in de uitwerking van de EEX-regeling leiden ertoe dat de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen afkomstig uit de aangesloten staten niet op dezelfde wijze kan verlopen.5 Dit brengt met zich mede dat de justitiabelen binnen het geografische toepassingsgebied van deze regelingen ongelijk kunnen worden behandeld. Door de verschillen in de uitwerking kan veel kostbare tijd verloren gaan. Hierdoor kan het gevaar groter worden dat de debiteuren hun voor executie vatbare goederen zullen verduisteren.
Teneinde de erkenning en de tenuitvoerlegging te versnellen en te vereenvoudigen, dient te worden onderzocht of en zo ja, in hoeverre de mogelijkheden voor het omzeilen van de bestaande regels binnen het huidige kader van de regelingen inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van vermogensrechtelijke beslissingen aangepast kunnen worden. Gezien de ongelijkheid in de behandeling van de justitiabelen en de extra tijd en kosten die de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging soms met zich meebrengt, kan er aan een nadere uitwerking van de huidige regelingen worden gedacht. In de gevallen waarin een snelle tenuitvoerlegging nodig is, bijvoorbeeld bij alimentatievorderingen en bij onbetwiste geldvorderingen, is het van belang dat de tenuitvoerlegging zonder veel kosten en tijd verloopt. Daarom wordt ook voorgesteld om voor deze gevallen de thans bestaande intermediaire procedure af te schaffen.6
Reeds in 1995 is van de zijde van de Franse deurwaarders een voorstel gedaan om aan de invoering van een (geharmoniseerde) procedure tot verkrijging van een Europese Executoriale Titel te werken.7 Een dergelijke procedure zou (idealiter) er toe moeten leiden dat een vonnis verkregen in het kader van deze procedure zonder enige tussenkomst van een rechterlijke instantie van de staat van tenuitvoerlegging in die staat erkend en ten uitvoer gelegd moet worden. Tijdens de uitwerking van het voorstel is gebleken dat er grote verschillen bestaan in de procedures betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen onder het EEX-Verdrag, evenals in de procedures tot het gelasten van voorlopige maatregelen.8 De verscheidenheid in deze procedures vergroot het verduisteringsgevaar. Idealiter zou geen onderscheid op basis van de herkomst van rechterlijke beslissingen moeten worden gemaakt. Dit zou ertoe moeten leiden dat in Amsterdam een beslissing van de rechter te Padua slechts met de tussenkomst van een deurwaarder - ten uitvoer zou kunnen worden gelegd en omgekeerd die van de rechter te Amsterdam in Padua net als een Italiaanse beslissing ten uitvoer zou kunnen worden gelegd. Het zou in een dergelijke situatie voor de Italiaanse rechter ook mogelijk moeten zijn het in Nederland gelegen vermogen van de schuldenaar te bevriezen.
Aangezien deze ideale situatie voorlopig (politiek) niet haalbaar is, dient te worden onderzocht of de invoering van een vereenvoudigde procedure tot verkrijging van een executoriale titel op tal van onderdelen van het vermogensrecht mogelijk is. Eveneens moet aandacht worden besteed aan de vraag of een rechterlijke beslissing, met name die van een buitenlandse rechter, de mogelijkheid tot het treffen van bewarende maatregelen moet bieden. Thans is het bij een grensoverschrijdende tenuitvoerlegging noodzakelijk om overeenkomstig het recht van de staat van de tenuitvoerlegging een nieuwe procedure te starten teneinde het vermogen van de debiteur of een gedeelte daarvan te kunnen bevriezen. Voor de bescherming van de belangen van crediteuren is echter een vereenvoudiging van de mogelijkheid om conservatoire maatregelen te nemen niet voldoende. Met name voor het midden- en kleinbedrijf is tijdige en soepele tenuitvoerlegging van groot belang, want (door)procederen brengt extra kosten met zich mee, hetgeen fataal kan zijn.9 In deze studie staat derhalve de vraag naar het afschaffen van de intermediaire procedure bij de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen centraal.
Met de toename van het in het EG-Verdrag neergelegde vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal stijgt ook het aantal grensoverschrijdende procedures. Van een grensoverschrijdende procedure is onder meer sprake wanneer een beslissing van een rechter van een lidstaat in een andere lidstaat ten uitvoer wordt gelegd.10 Een dergelijke procedure met grensoverschrijdende aspecten vergt van de betrokken partijen veel meer energie, tijd en kosten dan een puur nationale procedure.
Nadat de rechter een vonnis heeft gewezen, komt de tenuitvoerlegging van dit vonnis aan de orde. Art. 430 lid 1 Rv bepaalt dat de door Nederlandse rechters gewezen vonnissen in Nederland ten uitvoer gelegd kunnen worden. Is er sprake van een vonnis van een vreemde rechter, dan rijst de vraag of een dergelijke beslissing in Nederland voor tenuitvoerlegging vatbaar is. In het algemeen bestaat er geen plicht voor een staat een beslissing van een rechter van een andere staat te erkennen. Dit hangt nauw samen met het volkenrechtelijke soevereiniteitsbeginsel.
Overeenkomstig art. 431 lid 1 Rv kunnen de vonnissen van buitenlandse rechters, behoudens in de gevallen geregeld in art. 985 tot en met 994 Rv, niet in Nederland ten uitvoer worden gelegd. Wil men een vreemde beslissing in Nederland ten uitvoer leggen, dan dient deze overeenkomstig de laatstgenoemde bepalingen van een rechterlijk verlof te worden voorzien. Art. 985 tot en met 994 Rv geven een regeling voor het verkrijgen van een dergelijk verlof, mits de vreemde beslissing in Nederland krachtens een verdrag of een wet uitvoerbaar is. Deze bepalingen blijven echter buiten toepassing, indien een verdrag of een bijzondere wet een afwijkende regeling bevatten. Hetzelfde dient te gelden indien een verordening een afwijkende regeling geeft.11 Indien een vreemde beslissing krachtens een verordening, verdrag of wet in Nederland niet ten uitvoer kan worden gelegd, kan overeenkomstig art. 431 lid 2 Rv in Nederland een nieuwe (bodem)procedure worden gestart. In deze procedure wordt dan een veroordeling gevorderd van de wederpartij conform de beslissing van de buitenlandse rechter.
Op het terrein van de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen spelen diverse regelingen een rol, waarvan de meest belangrijke de EEX-Verordening, het EEX-Verdrag en het EVEX-Verdrag zijn. Deze regelingen bepalen echter, mede gelet op de staatssoevereiniteit, dat een uitvoerbaarverklaring dient te worden verleend door de rechter van de staat alwaar de beslissing ten uitvoer moet worden gelegd.
Onder de EEX-regeling moet worden geconstateerd dat er verschillen zijn ontstaan in de praktische uitwerking van de procedure tot verkrijging van het exequatur. Zoals al eerder opgemerkt, kan hierdoor kostbare tijd verloren gaan, hetgeen in het voordeel van malafide debiteuren werkt. Deze hebben voldoende tijd om hun voor tenuitvoerlegging vatbare vermogensbestanddelen te verduisteren en zodoende aan de executie te onttrekken. Het verduisteringsgevaar kan door het treffen van voorlopige en bewarende maatregelen worden beperkt. De EEX-Verordening noch het EEXVerdrag bevatten daaromtrent een regeling. Zij laten de mogelijkheid tot het treffen van deze maatregelen aan de nationale wetgevingen over.12 Eveneens zijn er verschillen ontstaan op het terrein van de verplichte procesvertegenwoordiging bij het aanvragen van een exequatur. De vraag of een procesvertegenwoordiger ingeschakeld moet worden, is een vraag die niet door de EEX-regeling wordt bestreken.
De verschillen in de uitwerking worden door de EEX-regeling zelf gerechtvaardigd, aangezien deze regeling de vereisten waaraan het verzoek tot het verlenen van een exequatur moet voldoen, overlaat aan de betrokken staten.
Een tijdige tenuitvoerlegging van een beslissing is van groot belang voor een goede werking van de interne markt. Aangezien de lidstaten van de Europese Unie de interne markt in stand willen houden en krachtens art. 2, vierde streepje EU-Verdrag een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid dienen te handhaven en te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat men aan de vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van beslissingen binnen deze markt werkt. Dit komt ten goede aan de particulieren en aan de bedrijven. Dit standpunt wordt ook door de Europese Raad in de Conclusies van Tampere onderschreven:
'De Europese Raad onderschrijft (...) het beginsel van wederzijdse erkenning, dat zijns inziens de hoeksteen van justitiële samenwerking binnen de Unie moet worden in zowel burgerlijke als strafzaken.' 13
De binnen de Europese Unie bestaande vrije markt impliceert ook een vrij verkeer van vonnissen:14 Storme heeft gesteld dat het verlenen van een vonnis gezien moet worden als het verlenen van een dienst.15 Een vonnis is mijns inziens echter geen economische activiteit, die tegen een vergoeding geschiedt.16
Bij het beoordelen van de huidige situatie dient rekening te worden gehouden met de internationalisering van het economische verkeer en het rechtsverkeer. Bij de tenuitvoerlegging van een vonnis moet een afweging van de verschillende belangen plaatsvinden. Aan de ene kant heeft de partij die de tenuitvoerlegging verzoekt, belang bij een snelle en soepel verlopende tenuitvoerlegging om het risico van verduistering door de wederpartij te minimaliseren. Aan deze laatste dient echter bescherming van haar recht op 'fair trial' te worden geboden. Dit wordt ook door de Europese Raad ondersteund:
'5. Vrijheid kan alleen worden genoten bij de gratie van een ware rechtsruimte, waarin de burgers in elke lidstaat even gemakkelijk toegang hebben tot de rechter en de autoriteiten als in hun eigen lidstaat. (...) Vonnissen en uitspraken moeten in de gehele Unie in acht genomen en ten uitvoer gelegd worden, waarbij de fundamentele rechtszekerheid van particulieren en bedrijven gewaarborgd moet zijn. Er moet een betere compatibiliteit en meer convergentie tussen de rechtsstelsels van de lidstaten tot stand worden gebracht:17
Teneinde de tijdige tenuitvoerlegging van vreemde gerechtelijke stukken te bewerkstelligen kan men aan een breed scala van mogelijkheden denken. Reeds het EEXVerdrag heeft tot doel 'de erkenning van beslissingen te vergemakkelijken en, ter verzekering van de tenuitvoerlegging hiervan, ( ...), een vlotte rechtsgang in te voeren'.18 Hierboven is er reeds op gewezen dat wat tijd en kosten betreft verschillen zijn ontstaan, die weliswaar door de EEX-regeling gerechtvaardigd zijn, maar onwenselijk geacht worden.
Om tijd en kosten te besparen en binnen het toepassingsgebied van de EEX-regeling de tenuitvoerlegging te bespoedigen, zijn er in praktijk en wetenschap verschillende ideeën over een aanpassing van de huidige regeling ontstaan. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van de invoering van een Europese Executoriale Titel (EET). Tijdens de discussies over de EET is gebleken dat de gedachte om te komen tot een verdere vereenvoudiging van de formaliteiten ter verkrijging van een verlof tot tenuitvoerlegging binnen de Europese Unie brede steun geniet.19 De steun blijkt onder meer uit de activiteiten van de Europese Commissie op het gebied van de aanpassing van de EEXregeling.
In verband met de vereenvoudiging van de procedure van tenuitvoerlegging verdient niet slechts de procedure tot verkrijging van het verlof tot tenuitvoerlegging enige aandacht, maar kan tevens aan een aanpassing van het interne procesrecht worden gedacht.20
Met de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen hangt nauw samen de wijze van kennisgeving van het aanhangig maken van een procedure en van de beslissing zelf. De toezending van gerechtelijke stukken is een onmisbare tussenschakel voor het goede verloop van een gerechtelijke procedure. De kennisgeving aan een wederpartij is een belangrijk toetsmoment in het geding. Aan de hand van de wijze waarop de kennisgeving is uitgevoerd, moet worden beoordeeld of er tijdens de procedure sprake is geweest van een 'fair trial'. Art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR geven aan de verweerder een garantie dat hij in een procedure voor een rechter het recht heeft om te worden gehoord. Daartoe is het echter nodig dat de verweerder op de hoogte is van de tegen hem gevoerde procedure.
De kennisgeving van het aanhangig maken van een procedure dan wel de kennisgeving van een rechterlijke beslissing verloopt binnen de grenzen van een staat niet altijd even eenvoudig. Op mondiaal niveau is in het kader van de Haagse Conferentie een aantal regelingen tot stand gekomen die betrekking hebben op de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke stukken. De belangrijkste regeling is in dit verband het Haagse Betekeningsverdrag van 15 november 1965.21 Ook de goede werking van de interne markt noodzaakt tot een verbetering en versnelling van de verzending van de gerechtelijke stukken tussen de lidstaten. In de Europese Gemeenschap heeft men aan de totstandkoming van een apart EG-Betekeningsverdrag gewerkt.22 Daarna is op basis van de door het Verdrag van Amsterdam geboden mogelijkheden de EG-Betekeningsverordening vastgesteld.23