Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/7.6.2:7.6.2 Neutrale overheidsopstelling
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/7.6.2
7.6.2 Neutrale overheidsopstelling
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947806:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 8. Zie ook EHRM 11 januari 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:0111JUD005506600 (Russian Conservative Party of Entrepreneurs and Others/Russia), par. 72.
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het waarborgen van de vrije meningsvorming behelst een inspanningsverplichting voor de overheid om de kiezers te voorzien van informatie over de kandidaten.1 Ook moet het belang van vrije meningsvorming in samenhang bezien worden met het belang van een gelijke behandeling van kandidaten. Vrij (actief) kiesrecht en gelijk (passief) kiesrecht vormen wat dat betreft dan ook twee zijden van dezelfde medaille. Een en ander betekent dat de staat zich, in het kader van kansengelijkheid, neutraal dient op te stellen ten aanzien van de deelnemende kandidaten en politieke partijen. Deze neutraliteit is bijvoorbeeld van belang bij media- en campagneregulering, het demonstratierecht en partijfinanciering.2 De neutrale opstelling moet ervoor zorgen dat de overheid de kiezer niet in een door haar gewenste richting duwt en deze laatste zijn mening dus in vrijheid kan vormen. Op het belang van kansengelijkheid voor de vrije meningsvorming wordt in het volgende hoofdstuk, dat de betekenis van ‘gelijk’ kiesrecht onderzoekt, nader ingegaan.