Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/3.2.2
3.2.2 Handelingsbegrip
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713150:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Böhtlingk 1954, p. 5, nr. 3-4. Bij nalaten ging het dan om het niet verrichten van de fysieke handeling.
Böhtlingk 1954, p. 5, nr. 3-4; Loth 1988, p. 3, 40. Volgens Loth is in de klassieke benadering de handeling een ‘lichaamsbeweging plus een wilsactie’.
Zie over dit probleem ook: De Valk 2009, p. 47; HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6018, NJ 2007/231, m.nt. J.B.M. Vranken (Ontvanger/Voorsluijs), r.o. 3.6.
Schut 1963, p. 47, 49.
Janssen noemt dit dan ook ‘normatief handelingsbegrip’: Janssen, RM Themis 1990, p. 69. Vgl. Nieuwenhuis 1979, p. 30-31, die schrijft dat een handeling geen gewilde spierbeweging is die causaal-verklarend vastgesteld kan worden. Een handeling is volgens hem een beweging die geïnterpreteerd wordt als een juridisch relevante handeling.
Loth 1988, p. 40.
Hoekzema 2000, p. 171.
Ik zie (met Hoekzema 2000, p. 172) er dan ook geen heil in om een onderscheid te maken tussen een fysiek handelingsbegrip voor natuurlijke personen en een juridisch handelingsbegrip voor rechtspersonen, zoals Janssen doet. Janssen, RM Themis 1990, p. 69.
In vergelijkbare zin: Loth 1988, p. 3.
De tweede notie is het handelingsbegrip. Het feit dát een rechtspersoon in de zin van art. 6:162 BW kan handelen staat niet ter discussie – dit is zowel juridisch als maatschappelijk geaccepteerd –, maar het is wel lange tijd onduidelijk geweest hoe dit handelen theoretisch kan worden verklaard. Traditioneel werd uitgegaan van een fysiek handelingsbegrip.1 Hieronder verstaat men een lichamelijke handeling die het resultaat is van een menselijke intentie.2 Een fysiek handelingsbegrip vormt een probleem voor een rechtspersoon; het is problematisch om te spreken van een ‘lichaamsbeweging’ en een ‘intentie’.3 Met andere woorden, het fysiek handelingsbegrip gaat uit van de handeling als een gewilde spierbeweging of een subjectieve verrichting.4
Tegenover het fysiek handelingsbegrip staat het juridisch handelingsbegrip. De handeling wordt niet geconstitueerd door een fysieke gedraging en een wilsactie, maar door het voldoen aan een (juridische) norm.5 De context – het construct aan sociale normen en praktijken – is doorslaggevend voor het handelingsbegrip.6
Het handelingsbegrip moet in juridische zin en niet in fysieke zin worden opgevat.7 Mijns inziens zijn daar twee argumenten voor aan te dragen. Ten eerste is de ‘persoon’ in het recht ook een juridisch construct. Voor de handeling van die persoon zou hetzelfde moeten gelden.8 Ten tweede houdt, zoals ik hierboven heb aangevoerd, het fysiek handelingsbegrip geen stand indien de handelende actor een rechtspersoon is. Genoemde bezwaren gelden echter niet bij het juridisch handelingsbegrip. Door de handeling te zien als een juridisch en sociaal construct, kunnen rechtspersonen ‘handelen’.9 Een juridisch handelingsbegrip verdient daarom uit praktisch oogpunt de voorkeur boven een fysiek handelingsbegrip.