Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.8.1:8.3.8.1 Geen bescherming door het bepaaldheidsvereiste of subsidiariteit
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.8.1
8.3.8.1 Geen bescherming door het bepaaldheidsvereiste of subsidiariteit
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS413474:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doordat specialiteit was losgelaten, was de ondergrens voor de aanduiding van het voorwerp van de levering het bepaaldheidsvereiste. De Hoge Raad was aanvankelijk terughoudend om de geanticipeerde levering constituto possessorio van toekomstige zaken te aanvaarden en vond de zekerheidsoverdracht van alle roerende zaken van de schuldenaar onwenselijk.1 Een generale overdracht zou immers alle goederen van de schuldenaar aan het verhaal van de overige schuldeisers onttrekken zonder dat de andere schuldeisers hiervan op de hoogte konden zijn. Abusievelijk ging de Hoge Raad ervan uit dat het bepaaldheidsvereiste aan generale zekerheid in de weg stond. Het college is hier in het arrest Van Vliet q.q./AB op teruggekomen door de zekerheidsoverdracht van alle bestaande en toekomstige roerende zaken van de schuldenaar te aanvaarden.
Analoge toepassing van het voorrecht van uitwinning lag niet voor de hand, omdat de zaak die de zekerheidseigenaar opeiste niet tot het vermogen van de derde-verkrijger behoorde.2 Artikel 1244 OBW ging er namelijk van uit dat de derde-bezitter eigenaar was van de zaak die bij hem werd opgeëist. Als de verkrijger wel eigenaar was geworden, betekende dat dus dat de zekerheidseigenaar zijn eigendom had verloren en de zaak niet meer bij de verkrijger kon opeisen (§8.3.8.2).