Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.3.2
8.3.2 Het gebruik van de eigendomsoverdracht tot zekerheid om het vereiste van machtsverschaffing te omzeilen
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS412260:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van Nierop 1913, p. 325; Van Nierop 1928, p. 7; Eggens 1929, p. 536.
Nève 1993, p. 47; Jansen 1999, p. 18; Jansen 2001, p. 874 e.v.; Zwalve 2004, p. 51; Jansen 2007a, p. 110 e.v.
HR 12 februari 1885, W. 5146;HR22 februari 1885, W. 5684. Eerder hadden alConinck Liefsting en Drucker de levering constituto possessorio verdedigd. Zie: Coninck Liefsting 1869, p. 63, noot 43 en Drucker 1879, p. 240. Diephuis achtte haar, ook na 1885, niet mogelijk. Zie: Diephuis VI (1886), p. 95-6. Vgl. HR 26 november 1841, W. 249; Scheltema 1964, p. 10-11; Reehuis 1987, p. 33.
Schuldeisers die ‘slechts’ geld ter beschikking stelden of onvoldoende zekerheid vonden in de door hen onder eigendomsvoorbehoud ‘geleverde’ zaken, bedongen dat de schuldenaar zaken in eigendom overdroeg aan de schuldeiser tot zekerheid van terugbetaling.1 Deze zekerheidsoverdracht ging terug op de Romeinsrechtelijke fiducia cum creditore contracta en was in Nederland in de belangstelling komen te staan nadat het Duitse Reichsgericht in 1904 de zekerheidsoverdracht had erkend als een geldig zekerheidsrecht naast het wettelijk geregelde vuistpandrecht.2 Het voordeel van een eigendomsoverdracht boven het in vuistpand geven van een roerende zaak was dat de levering constituto possessorio kon geschieden, waardoor de schuldenaar de overgedragen zaken (in bruikleen) onder zich mocht houden. Deze leveringswijze, waarbij de bezitter verklaart voor de verkrijger te gaan houden, heeft de Hoge Raad in 1885 erkend.3
De titel die de aan de zekerheidsoverdracht ten grondslag lag, omschreven partijen nu eens als een koopovereenkomst dan weer als een ‘overdracht tot zekerheid’. De overeenkomst tussen partijen bepaalde tevens dat als de schuldenaar de verzekerde vordering had voldaan, de schuldeiser de zaak moest overdragen aan de schuldenaar of dat eigendom automatisch terugviel aan de schuldenaar. Kwam de schuldenaar echter in verzuim, dan mocht de schuldeiser de bruikleen opzeggen, de zaak opeisen bij de schuldenaar, als eigenaar verkopen en zich verhalen op de opbrengst.
8.3.2.1 Discussie in de literatuur over de geldigheid en wenselijkheid van de zekerheidsoverdracht8.3.2.2 Discussie in de literatuur over het registerpandrecht8.3.2.3 Het Bierbrouwerij-arrest8.3.2.4 Het Autobus-arrest8.3.2.5 Een zachte dood van de discussie over het registerpandrecht