Einde inhoudsopgave
RvdW 2016/611
Beklag, beslag. OM-cassatie. Kennelijk heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen dat het i.c. gaat om een art. 94 Sv beslag. De overwegingen houden niet kenbaar in dat de rechtbank de bij een dergelijk beslag behorende maatstaven heeft aangelegd, terwijl, indien de rechtbank deze maatstaven wel heeft aangelegd, haar oordeel ontoereikend is gemotiveerd, gelet op hetgeen door de OvJ is aangevoerd.
HR 26-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:747
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
26 april 2016
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
15/04260
- Conclusie
A-G mr. W.H. Vellinga
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:747, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑04‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:310, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑01‑2016
Essentie
Beklag, beslag. OM-cassatie. Kennelijk heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen dat het i.c. gaat om een art. 94 Sv beslag. De overwegingen houden niet kenbaar in dat de rechtbank de bij een dergelijk beslag behorende maatstaven heeft aangelegd, terwijl, indien de rechtbank deze maatstaven wel heeft aangelegd, haar oordeel ontoereikend is gemotiveerd, gelet op hetgeen door de OvJ is aangevoerd.
Partij(en)
Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 26 juni 2015, nummer RK 15/728, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.