Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.2.5:14.2.5 Omzetting van schuld in aandelen als vorm van afstand?
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.2.5
14.2.5 Omzetting van schuld in aandelen als vorm van afstand?
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS363355:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 6:160 BW bepaalt dat een verbintenis tenietgaat door een overeenkomst van de schuldeiser met de schuldenaar, waarbij hij van zijn vordering afstand doet. Lid 2 bepaalt dat een door de schuldeiser tot de schuldenaar gericht aanbod tot afstand om niet geldt als aanvaard, wanneer de schuldenaar van het aanbod heeft kennisgenomen en het niet onverwijld heeft afgewezen. Lid 3 bepaalt dat de artikelen 6:48 leden 1 en 2 BW en 6:49 leden 1 en 3 BW die handelen over kwijting van overeenkomstige toepassing zijn. Afstand is een tweezijdige rechtshandeling waarvan de totstandkoming vormvrij is. De totstandkoming van de overeenkomst van afstand doet het vorderingsrecht van de schuldeiser op de schuldenaar tenietgaan. Afstand kan plaatsvinden zowel om niet als om baat. Afstand om niet staat ook wel bekend als kwijtschelding. Van schuldvernieuwing is sprake indien direct na het tenietgaan van de overeenkomst tussen schuldeiser en schuldenaar een nieuwe overeenkomst in de plaats komt. Afstand door schuldvernieuwing wordt beschouwd als een vorm van afstand om baat. Een veel geziene verschijningsvorm is die waarbij de verkoper en de koper bij een levering van de verkochte goederen overeenkomen dat de verkoper afstand doet van zijn recht tot betaling van de koopsom onder voorwaarde dat de verkoper als schuldeiser en de koper, als schuldenaar een geldleningovereenkomst aangaan ter grootte van de koopprijs. Verplichting tot betaling van de koopprijs wordt zo omgezet in een verplichting wegens geldlening. Afstand om baat kan ook op andere wijze dan door schuldvernieuwing plaatsvinden. De schuldenaar kan ook direct een andere prestatie aan de schuldeiser verschaffen door bijvoorbeeld de levering van een zaak of het verrichten van een handeling zoals het zijnerzijds eveneens doen van afstand van een vorderingsrecht. Dergelijke gevallen zullen vaak zijn aan te merken als inbetalinggeving overeenkomstig artikel 6:45 BW. Daarbij is sprake van nakoming van de oorspronkelijke verbintenis door het verschaffen van een andere prestatie dan de verschuldigde. Dit is dus iets anders dan afstand om baat.
Kan de overeenkomst tussen de aandeelhouder en de vennootschap waarbij deze overeenkomen dat de aandeelhouder niet aan zijn stortingsplicht hoeft te voldoen en de vennootschap haar vordering jegens de aandeelhouder niet hoeft te voldoen, als afstand kunnen worden gezien? Ik meen dat afstand in strijd zou komen met artikel 2:80 lid 3/191 lid 2 BW dat bepaalt dat een aandeelhouder niet geheel of gedeeltelijk kan worden ontheven van de verplichting tot storting behoudens met toepassing van de regeling omtrent kapitaalvermindering. Waar verrekening als een wijze van betaling geldt en daarmee van voldoening aan een bestaande verbintenis, doet afstand om baat een nieuwe verbintenis ontstaan. Als betaling kan dit naar ik meen niet kwalificeren. Wel zou het mogelijk zijn dat door het splitsen van verbintenissen alsnog tot verrekening kan worden overgegaan. Zo zou afstand van een verplichting tot het leveren van diensten door de vennootschap aan de aandeelhouder kunnen worden gestructureerd als een afkoop door de vennootschap van deze verplichting welke een vordering van de aandeelhouder op de vennootschap tot gevolg heeft. Deze kan vervolgens worden verrekend met de stortingsplicht.