De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.2.2:8.2.2 Klachten over de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.2.2
8.2.2 Klachten over de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702090:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Groot & Elbers 2008, p. 92 en 94.
EHRM 6 mei 1985, ECLI:NL:XX:1985:AB9401, NJ 1989/38(Bönisch/Oostenrijk); EHRM 5 juli 2007, ECLI:NL:XX:2007:BB5086, NJ 2010/323 (Sara Lind Eggertsdóttir/IJsland). Zie ook § 5.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook ten aanzien van de kwaliteitsaspecten onafhankelijkheid en onpartijdigheid doen zich in het onteigeningsrecht relatief weinig klachten voor. Dat strookt met eerder onderzoek waaruit is gebleken dat in civiele procedures klachten over de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de deskundige na diens benoeming weinig voorkomen.1
Een mogelijke reden daarvoor is dat procespartijen dikwijls ook niet genoeg inzicht hebben in de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
Het ontbreken van adequate disclosure maakt het voor procespartijen lastig om onderbouwde bezwaren te uiten. Als er al bezwaren worden geuit, worden die bovendien reeds in een vroeg stadium afgehandeld als gevolg van de voorhangprocedure.
Het is overigens aannemelijk dat er ook mét adequate disclosure niet veel klachten met betrekking tot de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid zullen voorkomen. Dat heeft ermee te maken dat de instantie die de deskundigen benoemd – de civiele rechter – zelf geacht wordt een onafhankelijke en onpartijdige instantie te zijn.2 Procespartijen mogen aannemen, en doen dit veelal ook, dat rechtbankdeskundigen – als ‘verlengstuk’ van de rechter – eveneens voldoende onafhankelijk en onpartijdig zijn. De rechter zal althans geen deskundigen benoemen van wie hij aanstonds twijfelt of zij wel voldoende onafhankelijk en onpartijdig zijn. Een onafhankelijkheids- en/of onpartijdigheidsgebrek aan de zijde van de deskundige kan immers in een latere fase de rechter zelf ‘besmetten’.3
8.2.2.1 De onpartijdigheid – lessen uit de rechtspraak8.2.2.2 De onpartijdigheid van sub-deskundigen