Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.4.1.2
2.3.4.1.2 Richtlijnconforme interpretatie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291406:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 16 december 1993, zaak C-334/92, ECLI:EU:C:1993:945, r.o. 20 (Wagner Miret).
Dit omvat niet alleen de nationale wetgeving, maar ook nationale jurisprudentie en ongeschreven nationaal recht (F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 204-205).
HvJ EG 13 november 1990, zaak C-106/89, ECLI:EU:C:1990:395, r.o. 8 (Marleasing).
Zie bijv. HvJ EG 16 december 1993, zaak C-334/92, ECLI:EU:C:1993:945, r.o. 21 (Wagner Miret).
HvJ EG 5 oktober 2004, gevoegde zaken C-397/01 en C-403/01, NJ 2005, 333, r.o. 115 en 166 (Pfeiffer e.a.).
Omdat lidstaten niet verplicht zijn de bewoordingen van de Btw-richtlijn letterlijk over te nemen, kan de tekst van de nationale btw-wetgeving afwijken van de Btw-richtlijn. In de praktijk speelt de nationale rechter een belangrijke rol om desondanks de doorwerking van het unierecht in het nationale recht te verzekeren. Bij de interpretatie en toepassing van het nationale btw-recht moet hij ervan uitgaan dat de lidstaat de bedoeling heeft gehad ten volle uitvoering te geven aan de Btw-richtlijn.1 Daarnaast moet hij bij de toepassing van het nationale btw-recht2, ongeacht of het daarbij gaat om nationaal recht dat dateert van eerdere of latere datum dan de Btw-richtlijn, dit zoveel als mogelijk uitleggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de Btw-richtlijn, teneinde het hiermee beoogde resultaat te bereiken en aldus aan art. 288, derde alinea VWEU te voldoen.3
De plicht tot richtlijnconforme interpretatie is geen resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting. Dit blijkt niet alleen uit de woorden ‘zoveel als mogelijk’, maar ook uit de aanduiding ‘het beginsel van de richtlijnconforme uitlegging’4. Het beginsel van de richtlijnconforme interpretatie kan met name botsen met het rechtszekerheidsbeginsel. In dat geval moet een afweging worden gemaakt aan welk beginsel het meeste gewicht toekomt. Het rechtszekerheidsbeginsel krijgt voorrang indien het nationale recht alleen contra legem richtlijnconform te interpreteren is.5 Dit laat zien dat een (tekstuele) afwijking van de Btw-richtlijn in het nationale recht van de lidstaat niet altijd te bedekken is met de mantel van de richtlijnconforme interpretatie. Anders gezegd: bij strijd tussen de Btw-richtlijn en het nationale btw-recht zijn er andere middelen nodig om de volle werking van het unierecht te verzekeren. Dit brengt ons bij de rechtstreekse werking.