Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/1.4.1
1.4.1 Juridisch-dogmatisch onderzoek
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931104:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Vranken Algemeen Deel**** 2014/8. Vgl. Meijers 1903, p. 14, 19-20 en 203.
Asser/Vranken Algemeen Deel**** 2014/8 en 16; Smits 2009, p. 42-44.
Ik ben het dan ook niet eens met Van Boom 2020, p. 165-166, die lijkt te menen dat het niet mogelijk is om vanuit een intern perspectief normatieve uitspraken over het recht te doen.
Zie voor rechtshistorische beschouwingen over het leerstuk van hoofdelijkheid onder meer Van Boom 1999, p. 5-18, en Meier 2010.
Vgl. Meijers 1903, p. 14.
Zie hiervoor, nr. 9.
Zie hierna, nr. 14 en 15.
Hoofdstuk 3, par. 3.3; Hoofdstuk 4, par. 4.5; Hoofdstuk 5, par. 5.4; en Hoofdstuk 6, par. 6.4.
12. Type onderzoek. Het onderzoek is juridisch-dogmatisch van aard. Het richt zich op de kritische bestudering van het geldende recht ten aanzien van hoofdelijkheid en de plaats van het leerstuk in de wetssystematiek, rechtspraak en doctrine.1 Daartoe zullen de wet, de wetsgeschiedenis, de rechtspraak en de literatuur worden geanalyseerd. Vanuit deze invalshoek zal ook worden bezien of het geldende recht consistent en coherent is, of dat daarvoor wijzigingen nodig zijn. Het onderzoek is, zo bezien, deels normatief van aard. Daarbij neem ik de wenselijkheid van consistentie en coherentie tot uitgangspunt.2 Het perspectief van het onderzoek is ‘intern’:3 het onderzoek is verricht vanuit juridisch perspectief en maakt niet systematisch gebruik van inzichten van buiten het recht, zoals de rechtseconomie, -sociologie of -filosofie.4 Ook is het onderzoek niet rechtshistorisch van aard.5
Het onderzoek beoogt de werking te schetsen van de Unierechtelijke en nationaalrechtelijke regels op het gebied van hoofdelijke aansprakelijkheid en is daarmee kwalitatief van aard. Empirisch onderzoek zal niet worden verricht, omdat dit voor de beantwoording van de centrale vraagstelling niet nodig is.6
Het aan dit proefschrift ten grondslag liggende onderzoek is afgesloten op 1 april 2023.
13. Beginselen. In dit onderzoek passeren verschillende deelrechtsgebieden de revue, die deels een ander bereik hebben en andere kwesties tot voorwerp hebben. Zo zijn het Unierecht en het nationale recht inzake hoofdelijke aansprakelijkheid in die zin verschillende grootheden, dat hoofdelijke aansprakelijkheid in het Unierecht – bij gebreke van een algemene regeling van burgerlijk recht – slechts op deelterreinen voorkomt,7 en bovendien niet alle verschijningsvormen worden besproken,8 terwijl het Nederlandse recht veel meer verschijningsvormen kent, onder meer vanwege het hebben van zowel een algemene regeling als enkele bijzondere wettelijke regelingen (zoals die inzake borgtocht). Ook voor de vergelijking tussen het materiële recht enerzijds (Hoofdstuk 4), en het burgerlijk procesrecht (Hoofdstuk 5) en insolventierecht (Hoofdstuk 6) anderzijds, geldt dat het voorwerp van de verschillende deelrechtsgebieden verschillend is. Dit alles vormt een uitdaging voor de te maken vergelijking(en).9
Om vergelijking toch mogelijk te maken, is de analyse van het geldende recht niet beperkt tot een beschrijving van de geldende regels en de interpretatie daarvan in concrete gevallen. Ter beantwoording van de onderzoeksvragen zal ik aan het einde van ieder hoofdstuk op zoek gaan naar beginselen die aan het geldende recht inzake hoofdelijke aansprakelijkheid ten grondslag liggen.10 Op deze wijze kan een vergelijking plaatsvinden op een hoger abstractieniveau, namelijk vanuit de vraag of de aan het Unierecht en nationale recht ten grondslag liggende beginselen met elkaar overeenstemmen, en vanuit de vraag of die beginselen ook terugkomen in het burgerlijk procesrecht en het insolventierecht.